# La mia Amiata
In de verre verte zien we hem al liggen, de lieflijke berg, de monte Amiata. Een vergelijking met de Mont Ventoux is al snel gemaakt. Met haar 1732 meter boven zeeniveau uitstekende top, toornt de berg hoog boven de rest van het zuidelijke Toscaanse landschap. Eenzaam en alleen. Dit is echter een oude uitgedoofde vulkaan, volkomen begroeid, zonder kaal maanlandschap. Na de Etna en Stromboli is de Amiata de twee na hoogste vulkaan van Italië. Ofschoon Stromboli slechts 918 meter boven de zeespiegel uitstijgt, zorgen de ruim 2000 onderwatermeters dat deze vulkaan de drieduizend meter haalt. De laatste uitbarsting van de vulkaan dateert van 700.000 jaar geleden.
Stefano parkeert de auto op een flinke afstand van de Amiata. Eerst de benen warm rijden en dan de berg beklimmen. Het warm rijden duurt precies één minuut en vijfentwintig seconden en driehonderdste. Het is namelijk warm. Toscaans zomers warm. Caldo. Troppo caldo.
Een heel arsenaal aan vrachtwagens en andere vierwielige bolides schieten langs ons heen. Wat een verschrikking is deze aanloop. Heet, auto's en klimmen. Opgelucht arriveren we in de startplaats Castel del Piano. Nog even de bidons vullen en een gelletje verorberen en we gaan eraan beginnen.
Al in het eerste stuk - nog in Castel del Piano - is het direct raak met de stijgingspercentages. Zigzaggend en slalommend worstelen we ons naar boven. Even verderop vlakt het af en komen we op de eigenlijke beklimming. De eerste vijf kilometer doen niet onder voor de Ventoux. We rijden continue rond de tien procent. Ook hier is het dicht bebost. Plots hoor ik naast me in de bossen het geluid van brekende takken. Geschrokken en nieuwsgierig kijk ik op. Er schijnen hier wolven te leven.
Op ruim 1100 meter hoogte geeft de oude vulkaan zich gewonnen. De stijgingspercentages zijn nu in mijn voordeel. Grote rotsblokken - oude vulkanische gesteenten - liggen er in de beboste berm. Nergens een punt van uitzicht. Heel even - vlak voorbij een groot speelterrein - zien we een punt. Daarna loopt de weg tot aan de top weer flink op. Van de warmte is niet veel meer over. Van de blauwe lucht ook niet. Het is hier rond de tien graden. Een heel verschil met de bijna dertig in de vallei. Na een korter bevoorrading ben ik klaar voor de afdaling. Stefano kijkt me verschrikt aan. 'Ga jij met zo weinig kleding naar beneden?' vraagt hij me, terwijl een derde laag wordt aangetrokken. 'Eeuh ja, stamel ik in mijn beste Italiaans, ik kom uit Nederland weet je nog?'
We dalen redelijk snel af en arriveren voor een heerlijke maaltijd (en koffie uiteraard) bij onze startplaats. Eindelijk de Amiata bedwongen.