65: passo della Futa

La Collista numèro 65: Passo della Futa
# Beschrijving
Vanuit het Toscaanse stadje Barberino del Mugello, gelegen in het midden van de Toscaans-Emilaanse Apennijnen, is de weg naar de Passo della Futa dertien kilometer lang. De eerste kilometer van de klim loopt de weg met ongeveer vier procent door weide en akkerlandschap omhoog. Na een rotonde gaat de goed geasfalteerde weg verder door een gemêleerd boslandschap van witte en rode sparren, beuken en bergesdoorns. De bochten zijn ruim aangelegd. Hier stijgt de Strada Statale 65 eveneens met vier procent. Na het dorpje Montecarelli - met nog zes kilometer tot de Futa - maakt het geboomte plaats voor een open landschap met een weids uitzicht op de toppen van de Apennijnen. Hier wordt de klim aanmerkelijk zwaarder met korte stukken oplopend tot dertien procent. Dit deel eindigt met het inrijden van het laatste dorpje voor de top - het kleine Monte di Fò. Bij het uitrijden van het dorp duikt de weg opnieuw het bos in. Dit derde deel is ontegenzeggelijk het zwaarste stuk van de Passo della Futa. De twaalf bochten met daarvan een haarspeldbocht (overigens de enige van de hele Futa) slingeren door een dichtbegroeid sparrenbos. Op enkele hectometers voor de pasovergang is de tweede en laatste rotonde. Rechts op de rotonde zijn drie plakkaten op de metershoge muur aangebracht. De middelste eert Gastone Nencini alias ‘De Leeuw van Mugello’. Nencini is de wielerheld van de regio en winnaar van zowel de Giro als de Tour in het midden van de vorige eeuw. Het laatste oplopende deel van de Futa gaat langs een militaire begraafplaats waar ruim 30.000 Duitse soldaten liggen begraven.
Hoogte: 904 meter
Afstand: 12,8 kilometer
Hoogteverschil: 623 meter
Gemiddelde stijging: 4,8%
Maximale stijging: 10,9%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮
Passo della Futa
# Toerisme en geschiedenis
De grootste Duitse militaire begraafplaats van Italië is gelegen op een hoogte van 950 meter in de nabijheid van de Passo della Futa. In deze omgeving lag tijdens de Tweede Wereldoorlog de zogenaamde Gotische Linie. Deze werd in april 1945 door de Geallieerden veroverd. Het is de reden dat op deze locatie 30.653 soldaten zijn begraven die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Italië zijn gesneuveld. De begraafplaats beslaat een oppervlakte van ongeveer 12 hectare. Het grindpad naar het monument op de top volgt een patroon van afnemende concentrische cirkels langs de 16.000 grijze granieten platen. Op elke gedenkplaat zijn de namen van twee soldaten gegraveerd.

Nabij Mugello ligt het racecircuit ‘Circuit Mugello’. Het ruim vijf kilometer lange circuit wordt voor allerlei motorrace klasses gebruikt en is eveneens een testcircuit voor Ferrari.
# Il Passo della Futa in Giro: De Leeuw van Mugello
Het is een snikhete dag in juli 1960 als de renners de veertiende etappe van Maillau naar Avignon rijden. Gastone Nencini en Rogier Rivière strijden om de eindzege van deze editie van de Tour de France. Samen zitten ze in een kleine groep die de Col de Perjuret beklimt. Het is slechts een paar kilometer tot de top van de Perjuret. Rivière zit er comfortabel bij. Enkele dagen geleden heeft hij op een overtuigende wijze de etappe naar Pau gewonnen. In het algemene klassement staat de Fransman op enkele tellen achterstand op zijn Italiaanse tegenstrever. 

De op 1 maart 1930 geboren Nencini staat bij zijn collega’s bekend als ‘quel dicesista pazzo’ (die dwaze daler). Zelf zegt hij over zijn daalkunsten dat hij op het moment van het opspelden van zijn rugnummer vergeet dat hij een gezin heeft. De Leeuw van Mugello - zoals zijn bijnaam luidt - heeft in 1957 met de Giro d’Italia zijn eerste grote ronde op zijn naam geschreven. Het had zijn tweede eindzege kunnen zijn als hij niet door Coppi en Magni in het pact was gestoken. In een van de laatste etappes van deze Giro, met Nencini in de roze leiderstrui, was het Coppi ter oren gekomen dat het peloton de volgende dag over een zeer slecht stuk weg in de Dolomieten moest rijden. De voor de eindzege kansloze Coppi was bepaald geen fan van de eigenzinnige Nencini. De Toscaan had hem tijdens een van de vorige etappes een zeker lijkende dagzege door de neus geboord. Daarom smeedde Coppi het plan om de volgende dag steviger banden te laten monteren en informeerde Magni over zijn aanvalsplan. Als de volgende dag de onverharde strook nadert geeft Coppi, met Magni en enkele ploeggenoten in zijn kielzog, ongenadig hard gas. Wat werd voorspeld en vooral gehoopt wordt bewaarheid. Na enkele honderden meters rijdt Nencini lek. De Toscaan staat vloekend langs de kant. Als de stofwolken zijn opgetrokken en Nencini weer op zijn fiets zit, blijkt hij bijna alleen te zitten. De weinig overgebleven ploegmaten kunnen hem niet terugbrengen in de groep. Gedurende de etappe verliest De Leeuw meer en meer tijd en lijkt bezig aan een kansloze missie om het geliefde roze te behouden. Eenmaal over de finish heeft Nencini minuten ingeleverd op zijn enige overgebleven concurrent Magni. Zelfs die duivelse Coppi staat nog voor hem. Nencini wordt uiteindelijk derde in deze Giro achter dit illustere tweetal. 

Twee jaar later in 1957 is het wel prijs voor Nencini. Nadat hij in hetzelfde jaar de Vuelta - die dan nog voor de Giro in april wordt verreden - op de negende plaats is geëindigd, wint hij een maand later de Giro. Hij presteert het zelfs om zesde in de eindklassering van de Tour van dat jaar te worden. En passant eist hij in de Franse ronde de bergtrui en twee etappezeges voor zich op. Al met al levert de kettingrokende en tevens beeldend kunstenaar Nencini een ongekende prestatie van bijna 12.000 kilometer met drie top tien noteringen in de grote rondes in een tijdsbestek van amper vier maanden.

Rivière, de nieuwe wonderboy van het Franse wielrennen, blijkt tijdens de eerste dalende kilometers een beduidend mindere daler te zijn dan zijn onverschrokken Italiaanse concurrent. Met zijn geprononceerde neus op het stuur daalt Nencini de Perjuret af. Rivière tracht Nencini te imponeren door kort op hem te volgen. Het is even na twaalf uur als de Toscaan enkele scherpe bochten induikt. Hij kan ze ternauwernood houden. Zijn onderbeen schuurt langs een laag stenen muurtje en komt met de schrik vrij. Rivière blijkt minder gelukkig. Hij ramt frontaal op hetzelfde muurtje, schiet er overheen en duikt het ravijn in. Het lichaam van de Fransman wordt vervolgens door het geboomte gekatapulteerd en landt uiteindelijk op de keien van een droogstaand beekje. Daar ligt hij minuten roerloos op zijn linkerzijde. De hulpdiensten hebben moeite hem te bereiken. Een helikopter landt op een nabijgelegen akker. Als het verplegend personeel de zwaargewonde Rivière eindelijk in de helikopter heeft gehesen, ziet de boer tot zijn grote afgrijzen, dat een deel van de oogst vertrapt is door de vele fotografen, volgers, verplegend personeel en de zware helikopter. Als niemand zijn klaagbeden serieus aanhoort, loopt hij zijn boerderij in, pakt zijn geweer en lost een aantal schoten in de lucht. De organisatie van de Tour tracht de boer te kalmeren met een financiële compensatie, die hij nimmer zal ontvangen. Roger Rivière zal door zijn gebroken ruggenwervels nooit meer kunnen fietsen. Verslaafd aan amfetamine en financieel aan de grond overlijdt Rivière op 1 april 1976 aan strottenhoofdkanker. Nencini wint de Tour en komt vier jaar na Rivière - eveneens aan kanker - te overlijden. 

Share by: