# Le mie passo delle Erbe
Vandaag ga ik mijn eerste passo beklimmen sinds ik ‘lacollista’ in het leven heb geroepen. Rond een uur of zeven sta ik op, geniet van mijn twee-Snickers-ontbijt-met-banaan-toe alvorens de koude buitenlucht te betreden. Kwart voor acht en het is in tegenstelling tot Nederland bijna licht. Voorzichtig trek ik de fiets uit de auto, zet deze in elkaar en daal af naar Bressanone. De routebegeleider van de Garmin stuurt me allerlei onmogelijke achterafstraatjes in, maar even na achten heb ik de weg omhoog gevonden en blaas wolkjes. Passo delle Erbe. Een bijna dertig kilometer lange klim, waarvan de eerste vijftien relatief het lastigst zijn. Met de zeven tot acht procent stijgt de weg door bossen en kleine dorpjes tot een hoogte van 1700 meter. De eerste kilometers heb ik het zwaar; de conditie is zeer matig voor mijn doen.
Na het passeren van het eerste dorpje neemt het autoverkeer in drukte sterk af en arriveer in het bosrijke deel. Een prettige cadans en concentratie maakt zich van mij meester. Diep gefocust op mijn pedaalslag, ademhaling en elke vijf minuten drinken werk ik de hoogtemeters af. Plots is mijn ritme, na het nemen van één van de vele bochten, verdwenen. Ik fiets perplex van de schoonheid van het landschap door. In de verte aanschouw ik een Dolomiet van Le Odle (Geisler gruppe). Ik was vergeten hoe bijzonder mooi deze bergtoppen zijn. De puntige en rotsachtige toppen doen me denken aan gigantische kerkorgels met hoge langwerpige verticale zuilen van steen. De Dolomieten, Unesco werelderfgoed, bestaan uit een negental kleine gebieden in Noord Italië. In dit gebied, genoemd naar het mineraal en gesteente dolomiet, dat op haar beurt vernoemd is naar de Franse geoloog Dolomieu, komt het gedolomitiseerde koraal van de vroegere zeebodem omhoog en vormt de kenmerkende grillige bergpunten en kammen van dit berggebied.
Nog steeds onder de indruk van de natuur vervolg ik mijn weg tot het laatste dorp waarna een korte afdaling over slecht wegdek de druk in mijn benen tijdelijk doet verlichten. Daarna is het over nat wegdek verder omhoog. De vermoeidheid in mijn bovenbenen begint de overhand te nemen. De laatste kilometers voltrekken zich met hangen en wurgen door de alpenweide. In de verte dient de eindstreep middels een herberg zich aan. Nog even en mijn lijden zit erop. Het bord met ‘passo delle Erbe’ wordt zienderogen zichtbaar. Eindelijk ben ik op de top. Een fraai vergezicht siert de pas. Een Snicker erin en ik suis naar beneden. De Erbe kan aan mijn lijst worden toegevoegd. Nog 87 beklimmingen te gaan.