80: passo di Monte Giovo

La Collista numèro 80: Passo di Monte Giovo
# Beschrijving
De beide zijdes van de Passo di Monte Giovo zijn zo regelmatig alsof zij langs een liniaal zijn aangelegd. De zijde vanuit Vipiteno is gemiddeld iets zwaarder (7,5%) ten opzichte van de San Leonardo-zijde (7,2%). Deze zwaarste zijde is echter de kortste van de twee: vijftien om twintig kilometer. De San Leonardo kant begint direct met het uitrijden van het stadje. Dit in tegenstelling tot de andere kant, waar eerst een drietal kilometers relatief vlak dient te worden gereden. 
De beklimmingen van de Monte Giovo gaan voor een groot deel door een bosrijk gebied. Vanuit San Leonardo zijn er echter meer haarspeldbochten te vinden. De laatste kilometers van de passo bevinden zich boven de boomgrens in het alpenweide landschap.
Vanuit Vipiteno
Hoogte: 2099 meter
Afstand: 17,7 kilometer
Hoogteverschil: 1157 meter
Gemiddelde stijging: 6,5%
Maximale stijging: 10,7%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
Passo di Monte Giovo
Vanuit San Leonardo
Hoogte:
2099 meter
Afstand: 19,6 kilometer
Hoogteverschil: 1418 meter
Gemiddelde stijging: 7,2%
Maximale stijging: 10%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
Passo di Monte Giovo
# Toerisme en geschiedenis
De Passo di Monte Giovo of Jaufenpass in het Duits verbindt de Valle Isarco (Eisacktal) via de SS44 met de Val Passiria (Passeiertal). In de Valle Isarco - komend vanuit Oostenrijk - is Vipiteno (Sterzing) de eerste Italiaanse stad, gelegen op een hoogte van bijna duizend meter. Ze bevindt zich nog net in de in de Stubaier Alpen.
De Monte Giovo is de meest noordelijke pas die in zijn geheel op Italiaans gebied ligt. Boven op de 2099 meter hoge pas is bij helder weer zicht op de - in het noorden gelegen - Ötztaler Alpen. De nabij de pas gelegen Jaufenspitz is bijna 2500 meter hoog.

Ten zuiden van de Monte Giovo ligt Val Passiria; een van de meest authentieke en veelzijdige dalen van Zuid-Tirol. Het natuurgebied Texelgruppe is met 30.000 hectare een bijzonder natuurgebied. Veel wandelaars trekken naar deze omgeving. Zeer populair is de Merander Höhenweg. Deze in 1985 aangelegde wandelroute is ongeveer honderd kilometer lang en biedt onder meer fraaie uitzichten op de verre omgeving. Langs de route is een aantal hutten gebouwd, waar wandelaars kunnen overnachten.

San Leonardo in Passiria is de geboorteplaats van de Tiroler vrijheidsstrijder Andreas Hofer (1767-1810). Als aanvoerder van het Oostenrijkse leger trad Hofer tot driemaal toe in het strijdperk tegen de troepen van Napoleon Bonaparte. All keren leidde dit tot een overwinning. Bij een vierde slag echter werd hij verraden en in Mantova gevangen gezet en vervolgens geëxecuteerd. Vlak voor zijn executie zou hij hebben geroepen: ‘Franzl, Franzl, das verdank ich dir!" (Fransje, Fransje dat heb ik aan jou te wijten!) daarmee doelend op Frans II keizer van het Heilige Roomse Rijk, die niets gedaan zou hebben om hem te redden en zelfs de kant van Napoleon gekozen had. Franz II van Oostenrijk legde in 1806 als gevolg van de ontbinding door Napoleon van het Heilige Roomse Rijk de keizerstitel neer. In 1804 had hij al als Franz I de keizerstitel van Oostenrijk aangenomen. In 1810 - het jaar van de executie van Hofer - , was zijn titel: Frans I keizer van Oostenrijk. Zijn grootste persoonlijke nederlaag was het huwelijk van zijn dochter Marie Louise met Napoleon in 1810. 
# Il Passo di Monte Giovo in Giro
Ter ere van het 100-jarige bestaan in 1961 van Italië in de omvang zoals we die nu kennen, ontwerpt Giro-directeur Torriani een ronde langs de belangrijkste plaatsen ten tijde van de Italiaanse eenwording. De start van de 4000 kilometer lange Giro vindt plaats in Torino (Turijn); de eerste hoofdstad van het nieuwe Italië. Na aankomsten in San Remo en Genua steekt de karavaan over naar Sardegna (Sardinië) om de vrijheidsstrijder Garibaldi te eren. Het is de eerste keer dat de Giro het Italiaanse eiland aandoet. Vervolgens trekt men naar Sicilia. Eenmaal terug op het Italiaanse vasteland worden Teano en Firenze aangedaan. Beide steden speelden eveneens een belangrijke rol tijdens de Italiaanse eenwording. 

Enkele grote renners staan aan het vertrek in Torino. Jacques Anquetil heeft zijn zinnen gezet op de dubbel Giro-Tour. Hij heeft ter voorbereiding de eindoverwinning behaald in zowel Parijs-Nice als de Ronde van Romandië. Andere kanshebbers zijn de Luxemburger Charly Gaul en wereldkampioen Rik van Looy. De Belg aast al geruime tijd op een overwinning in een van de drie grote rondes.

Na de tiende etappe van Bari naar Potenza staat Anquetil eindelijk op het hoogste treedje van het schavot. Het roze verliest hij al in de veertiende etappe aan de goede klimmer en tijdrijder Arnaldo Pambianco. De Fransman laat een groepje met Pambianco - die op dat moment derde in het algemeen klassement staat - om onduidelijke redenen wegrijden. Het blijkt een kostbare fout te zijn. 

Pambianco in het roze lijkt een verrassing te zijn, maar dat is het niet, want hij is een behoorlijk talent. Hij was lid van het Olympische team tijdens de Spelen in Melbourne, amateur Italiaans wegkampioen en eveneens als amateur vice-wereldkampioen. Als prof werd hij eerst knecht voor Baldini en vervolgens voor Nencini. In 1960 eindigde Pambianco als zevende in zowel de Giro als de Tour.

De twintigste etappe op 10 juni zou weleens de beslissing kunnen brengen. De 275 kilometer lange rit leidt de renners van Trento over de Passo di Pennes, de Passo di Monte Giovo én de Passo dello Stelvio naar Bormio. Van Looy neemt tijdens de beklimming van de Monte Giovo alle risico’s, demarreert en komt als eerste boven op de top van de Giovo. Aan de voet van de Stelvio heeft hij acht minuten voorsprong op de groep der favorieten. Halverwege de veertig bochten tellende Stelvio scheurt de Belg een spiertje in zijn bovenbeen. Zijn voorsprong op de Luxemburger Charly Gaul, die inmiddels is gaan vliegen, slinkt zienderogen. Op de top van de besneeuwde Stelvio arriveert de Luxemburger als eerste, op enkele minuten gevolgd door Pambianco. Anquetil - niet de beste klimmer van het peloton - volgt dan op een minuut. Na een zinderende afdaling is Gaul de eerste in Bormio. Het zal een van zijn laatste grote overwinningen zijn. Pambianco volgt op twee minuten en zeven seconden. Anquetil ten slotte arriveert in Bormio een minuut later.  

Tijdens de volgende en tevens laatste etappe - een vlakke van Bormio naar Milano - verdedigt Pambianco succesvol zijn comfortabele voorsprong van drie minuten op nummer twee Anquetil en wint daarmee de Giro van 1961. Anquetil zal vervolgens op drastische wijze huishouden in de Tour waar hij het heilige geel van de eerste tot en met de laatste etappe draagt.
# Il mio Passo di Monte Giovo
Na de martelgang van de laatste snikhete kilometers van de beklimming van de Passo di Pennes, heb ik na de lunch en afdaling van dezelfde Pennes voldoende moed verzameld om de tweede beklimming van de dag - de Passo di Monte Giovo - aan te vangen. De eerste kilometers vallen me nog mee, maar daarna is het alsof ik bot-op-bot rijd. Bij elke trap verzuren mijn bovenbenen verder. Ze lijken bij tijd en wijle van lood te zijn. Een aantal groepsgenoten is inmiddels bij mij komen zitten. Ik tracht aan te klampen. Staan gaat misschien lukken. Fout! De kramp schiet er direct in. Te weinig gedronken natuurlijk! Gelukkig heeft een van mijn medereizigers magnesium bij zich. Op een rotsachtige parkeerplek spoel ik het magnesium tussen mijn tanden weg richting de maag. Met de benen aan de grond en in rust, keert ook het gevoel erin weer terug. De fiets rijd ik van de parkeerplaats af, zwaai mijn been over het frame en sta weer naast mijn fiets. Wederom kramp. Ik verzoek mijn fietsmaten met klem door te rijden en vooral niet op me te wachten. Het laatste dat ik nu wil is te worden opgejaagd. Nog vijf minuten sta ik op diezelfde parkeerplaats bijna halverwege de berg. Nogmaals proberen. Mijn been zwaait over het frame en ik fiets. Alsof de loden last van de kramp en vermoeidheid via de poriën van mijn voetzolen uit mijn benen is verdwenen. Al drinkend bereik ik de kale top, waar mijn reisgenoten al enige tijd wachten. Snel wat foto’s en we zoeven de afdaling in.
 
Na vier dagen met achtereenvolgens de beklimmingen van de Stelvio (vanuit Prato allo Stelvio), Fuorn, Bernina, Mortirolo, Tonale, Gavia en wederom Stelvio (Bormio), rijden we in omgekeerde richting de Monte Giovo omhoog. Ondanks de vermoeidheid heb ik een prettige klimcadans gevonden in een aangenaam klim-mantra. Alle cols in Noord-Italië zijn lang en overwegend zwaar; saaiheid en uitzichtloosheid liggen op de loer. Mijn mantra is het kijken op de hoogtemeter en mezelf geregeld opbeurend toespreken: ‘al door de 1400 meter, al door de 1500 hoogtemeter, al door …’. Het werkt. Even word ik ‘opgeschrikt’ door een ongeval. Een motorrijder ligt kermend van de pijn in de berm. Op zich niet opmerkelijk; ze rijden nogal ‘op het randje’ door de bergen, waardoor het mij niet verwondert dat ze wel eens ‘over het randje’ gaan. Zo ook hier. De ambulance dient zich met gillende sirene in de verte aan. Omstanders staan erbij en trachten hulp te verlenen. Ik mag het niet denken, maar betrap mezelf toch op de gedachte: ‘boontje komt …’. Nu nog enkele verticale en horizontale meters afleggen en dan bereik ik de laatste top van deze vakantie. Gerben staat met zijn camera in de aanslag. Ik doe een ‘Contadortje’. Ik kwam, ik zag en ik overwon (mezelf). In de afdaling voel ik me Savoldelli. Ik suis iedereen voorbij, ondanks mijn klapperende windjack. In Vipiteno vormen we een groep en gezamenlijk rijden we naar de finishplaats van onze Giro - Bressanone. Een kleine 750 kilometer zijn onder mijn wielen doorgegleden.

Share by: