81: passo di Pennes

La Collista numèro 81: Passo di Pennes
# Beschrijving
De Passo di Pennes kan van twee zijden worden beklommen. De zuidelijke zijde vanuit Bolzano is veruit de langste van de twee beklimmingen. Deze bedraagt 48 kilometer, waarvan de laatste negen kilometer het zwaarst zijn. De gemiddelde stijging over deze laatste kilometers door de open vlakte van de Pennes bedraagt acht procent. De noordzijde is van een andere orde. Vanuit Vipiteno - aan de voet van de Brennero (Brennerpas) is de weg naar de 2215 meter hoge top van de Pennes slechts dertien kilometer. Bijkomend gevolg daarvan is dat de de zwaartekracht met een gemiddelde stijging van ruim negen procent moet worden overwonnen. Het grootste deel van deze weg gaat door een groot sparrenbos.
Hoogte: 2211 meter
Afstand: 48,2 kilometer
Hoogteverschil: 1953 meter
Gemiddelde stijging: 4,0%
Maximale stijging: 12%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮
Passo di Pennes
# Toerisme en geschiedenis
De Passo di Pennes - Penserjoch in het Duits - is vernoemd naar het dorpje Pennes dat op negen kilometer aan de zuidzijde van de top ligt. De strada statale 508 verbindt de provinciehoofdstad Bolzano in de Duits-Italiaans sprekende regio van Trentino - Alto Adige met het noordelijk gelegen Vipiteno - de eerste Italiaanse stad vanaf de Brennero/Oostenrijk. De weg over de Pennes is feitelijk de kortste route tussen het eerder genoemde Bolzano en het Oostenrijkse Innsbruck. De SS508 is tussen 1936 en 1938 aangelegd.

Bij helder weer zijn de Oostenrijkse Zillertaler Alpen vanaf de top van de Pennes goed zichtbaar. Dit berggebied, zonder een enkele pasovergang, ligt ten oosten van de Brennero. Het hoogste punt is de Hochfelder (3510 meter).

Jaarlijks vindt op de zuidzijde van de Pennes een wielerwedstrijd voor amateurs plaats: de Passo Pennes Moses Bau Gran Premio. Deze race wordt in diverse categorieën in augustus verreden en is een klimrit van slechts 26 kilometer.
# Il Passo di Pennes in Giro
De Passo di Pennes is in het verleden slechts tweemaal door het Giro-peloton beklommen. In 1995, tijdens de veertiende etappe van Trento naar Val Senales, komt Giuseppe Citterio als eerste boven op de 2215 meter hoge top, tijdens de veertiende etappe van Trento naar Val Senales. Een voor een klimrit bijzonder lange etappe van 240 kilometer over de Pennes, Monte Giovo en finish boven op Val Senales. De etappe wordt door de Colombiaan Oliverio Rincón gewonnen. Twee etappes later wint de bedwinger van de Pennes de etappe van het Zwitserse Lenzerheide naar Treviglio - daar waar het hoofdkwartier van Bianchi is gevestigd. Citterio, die in 1990 beroepsrenner wordt, bouwt tijdens zijn zeven jaar durende carrière, een korte erelijst op. Op zijn palmares prijken overwinningen in de Franse Haribo Cup, en etappes in de Giro di Calabria en in de Ronde van Valencia. 

Na drie opeenvolgende overwinningen in de Vuelta a Espana voegt de Zwitser Tony Rominger de overwinning van de Giro van dit jaar aan zijn erelijst toe. In de Tour de France van die jaren is de Spanjaard Miguel Indurain oppermachtig. Rominger komt daar niet verder dan de tweede plaats. In deze Giro echter pakt hij na de tijdrit op de tweede dag al de leiderstrui om deze niet meer uit handen te geven. Tevens bouwt hij zijn voorsprong op zijn naaste belagers - de voormalig Oostblokkers Berzin en Oegromov - stelselmatig uit. In Milaan heeft Rominger, die door de later in opspraak geraakte Italiaanse (doping)arts Michele Ferrari wordt getraind, een voorsprong van ruim vier minuten op deze nummers twee en drie van het algemeen klassement.
# Il mio Passo di Pennes
Na de lange en vermoeiende reis naar Italië én de eerste klimdag van gisteren naar de Passo di Costalunga, komt vandaag de eerste van de zes etappes van Cycletours aan snee. Op het programma staan staan twee cols van de eerste categorie - mogelijk buitencategorie - met de finish in het bergdorpje Platt. Als we Bolzano uitrijden bevind ik me achterin de groep. We beklimmen de Pennes via een derde zijde; de kant langs het schaatsdorp - althans zo typeren wij het in Nederland - Collalbo (Klobenstein). Enkele minuten hang ik aan de staart; waarbij ik de groep aandachtig gadesla. Vervolgens versnel ik en passeer grote delen van de inmiddels uit elkaar geslagen groep. Mijn fietsmaat rijdt dan al stukken verder op. In de verte vlak bij Collalbo zie ik hem de verkeerde kant inslaan. Ik geef een brul, maar vermoed dat de afstand tussen ons te groot is voor hem om mijn geschreeuw in zich op te nemen. Ik passeer de kruising en zie hem toch omkeren en mijn kant opkomen. Mijn vocale aandachttrekkerij heeft zijn vruchten afgeworpen. Samen rijden we over de eerste - niet in het routeboek opgenomen - pas. Vanaf deze Auna di Sopra gaat het op en neer naar de SS 508. Met twee andere reisgenoten vormen we een klein peloton dat geteisterd door de hitte naar boven trekt. In het dorp Pennes pauzeren we voor koffie en cola. Daarna is het ieder voor zich naar de top. Deze kondigt zich in de verte aan. Het landschap is kaal met weinig anders dan uitgestrekte alpenweiden. Zuchten en puffend sleuren we ons over het stomende asfalt. Ik krijg het zwaar. De sprintjes op de hellende stroken van de Auna di Sopra eisen hun tol. Als vijfde van de groep arriveer ik op de Pennes. Daar heeft tot onze vreugde onze reisleider er zijn bus met mobiele keuken geparkeerd. Na de korte lunch - de vermoeidheid voel ik in mijn benen zakken - klik ik de schoenen in de pedalen en daal af naar Vipiteno waar de volgende col - de Passo di Monte Giovo (Jaufenpas) op mij wacht. 
Share by: