86: plan de Corones

La Collista numèro 86: Plan de Corones
# Beschrijving
De weg naar de Plan de Corones begint op de top van de Passo di Furcia. Deze Furcia is van twee zijden te beklimmen. De westzijde vanuit Longega is veruit de zwaarste kant. De eerste acht kilometer, door zowel afwisselend bos als weidelandschap, is relatief eenvoudig. Daarna breekt het zeer zware deel van de Furcia aan; drie kilometer klimmen met een gemiddelde stijging van ruim tien procent. De laatste kilometer tot aan de top van de Furcia is met zes procent goed te doen.

Links voorbij het hotel Jú Furcia begint de witte weg die leidt naar Plan de Corones. De sterrata (de onverharde weg) weg naar de 2273 meter hoge Plan de Corones is ruim vijf kilometer lang. De eerste twee kilometer door het sparrenbos is gemiddeld elf procent. De volgende twee zijn dan weer relatief eenvoudig (acht respectievelijk vijf procent) te noemen. Zoals zo vaak zit het venijn in de staart. De laatste kilometer door het open landschap is beestachtig zwaar. De gemiddelde stijging bedraagt hier veertien procent! Dit maakt tezamen met de lengte van de totale beklimming, het sterrata én de wind die hier vrij spel heeft, dat de Plan de Corones tot één van de zwaarste beklimmingen van Italië behoort.
Hoogte: 2273 meter
Afstand: 16,8 kilometer
Hoogteverschil: 1268 meter
Gemiddelde stijging: 7,5%
Maximale stijging: 24%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
Plan de Corones & Passo di Furcia
# Toerisme en geschiedenis
De Plan de Corones - Kronplatz in het Duits - dankt zijn naam aan de sage over de Fanes, een dwergenvolk in Zuid-Tirol en hun heldin en prinses Dolasilla.

Haar vader - de koning - was een begerig man, die altijd op zoek was naar goud en zilver. Op een zeker moment stuurde hij een leger op het dwergenvolk af om een aantal belangrijke sieraden van het volk te stelen. Dolasilla had medelijden met deze dwergen. Zonder medeweten van haar vader bracht ze de gestolen sieraden terug naar de dwergen. Uit dankbaarheid gaven de dwergen haar een wit - voor pijlen ondoordringbaar - harnas om zichzelf te beschermen. Ze voorspelden dat ze een grote oorlogsheldin zou worden. Ze waarschuwden haar ook dat wanneer het harnas ooit zwart zou kleuren, ze de strijd niet mocht aangaan, want anders zou zij zeker sterven. Tenslotte zal ze een oorlogsheldin blijven zolang ze maar niet trouwt. 

De koning was in eerste instantie boos dat Dolasilla de waardevolle sieraden terugbracht naar de dwergen, maar het vooruitzicht dat zijn dochter een oorlogsheldin zou zijn, stemde hem tot tevredenheid. 

Met Dolasilla, haar witte harnas en de onfeilbare magische pijlen van het Zilvermeer, behaalden de Fanes overwinning op overwinning. Uit dankbaarheid liet de koning zijn dochter boven op de winderige Kronplatz kronen. In haar kroon zat een kostbare edelsteen verweven. 

Ondertussen trachtten de vijanden het Fanes imperium te gronde te richten. De machtige tovenaar Spina de Mul had zijn oog op de kostbare edelsteen in de kroon van Dolasilla laten vallen. Daarbij riep hij met succes de hulp in van de held Ey de Net. Zijn plan was om Dolasilla te doden tijdens het eerstvolgende gevecht. Tijdens dit treffen raakte Ey diep onder de indruk van de in haar witte harnas gehulde Dolasilla, gezeten boven op haar vurige oorlogspaard. Hij besloot zich bij haar leger aan te sluiten en zou Dolasilla’s vader zelfs om haar hand vragen. Iets dat de koning weigerde. Trouwen zou zijn dochter haar onoverwinnelijkheid en zijn koninkrijk kosten.


De ultieme strijd op de "Pralongià" (ten oosten van Corvara) was op handen. aanstaande. Op de ochtend vóór het gevecht, veranderde Dolasilla’s pantser plots van wit naar zwart. De eerdere waarschuwing van de dwergen negerend trekt ze ten strijde. Na hevige gevechten en grote verliezen doodden de onfeilbare magische pijlen Dolasilla, waarmee het rijk van de Fanes verloren ging.

Dolasilla's vader die bij Lagazuoi wachtte, was echter onkundig van de nederlaag. Hij had al in een eerder stadium zijn rijk én dochter in ruil voor voor goud verraden. Zijn vijanden voelden zich bedrogen omdat ze grote verliezen hadden geleden. Ze dachten er niet aan om de koning het beloofde goud te geven. Integendeel. De valse koning (falza rego) werd in een rotsblok veranderd. In die hoedanigheid kun je hem vandaag de dag op de Passo di Falzarego nog steeds aanschouwen. 

De Plan de Corones is een uitgebreid skigebied met talloze pistes van verschillende niveaus en diverse skiliften van de Furcia naar de Corones. Naast diverse skigelegenheden is op de top - onder de enorme klok - een panorama gemaakt met daarop afgebeeld alle toppen van de nabije omgeving.
Op zaterdag 26 juli 2003 werd deze klok - de Concordia 2000 - ingewijd en gezegend. Het is, met een gewicht van achttien ton, de op een na grootste klok in de Alpen. De klok hangt er als ​​boodschap voor vrede tussen alle volkeren. 
In juli 2015 werd het museum gewijd aan de geschiedenis van de bergsport door de beroemde Italiaanse bergbeklimmer Messner geopend. Het semi-verborgen gebouw op de top van de Corones werd ontworpen door de architect Zaha Hadid.

Op de onverharde weg naar de top van de Corones zijn dertien bochten vernoemd naar niet meer in leven zijnde winnaars van de Giro d'Italia. Vanaf het dal naar de top in respectievelijke volgorde: (13) Gaetano (Tano) Belloni, (12) Costante Girardengo, (11) Giovanni Brunero, (10) Alfredo Binda, (9) Learco Guerra, (8) Giovanni Valetti, (7) Gino Bartali, (6) Hugo Koblet, (5) Fausto Coppi, (4) Gastone Nencini, (3) Charly Gaul, (2) Jacques Anquetil en ten slotte Marco Pantani.
# Il Plan de Corones in Giro
Het is maandag 26 mei 2008. Etappe nummer zestien staat op het menu; een individuele klimtijdrit over 12,9 kilometer van San Vigilio Di Marebbe naar de top van de Plan De Corones. Nadat de roze trui enkele malen van schouder is gewisseld, is die de dag daarvoor - met finish boven de Passo Fedaia - in het bezit van de Spanjaard Alberto Contador gekomen. 

De winnaar van die bewuste etappe - Emanuele Sella - zal als nummer tien van het klassement én als eerste der favorieten van het startblok in San Vigilio afrijden. Na hem zullen achtereenvolgens: Pozzovivo, Van Den Broeck, Pellizotti, Simoni, Menchov en Bruseghin starten. Danilo di Luca rijdt als de nummer drie van het klassement het podium af. Hij is bijzonder gespannen. Als uittredend winnaar is hij welhaast wanhopig op zoek naar de leiding in het algemeen klassement. Enkele ritten terug heeft uitgerekend een ploeggenoot - Gabriele Bosisio - de leiding daarvan gegrepen. 

Di Luca’s eerste meters op het asfalt zijn dan al voor de snel klimmende Sella de eerste meters op het sterrata van de Corones. De pocketklimmer uit Vicenza heeft ondertussen de snelste tussentijd neergezet. De vraag is of Sella drie Dolomieten etappes op rij kan gaan winnen.

Drie minuten na het vertrek van de killer van Spoltore vertrekt Riccardo Riccò. In de vorige etappes heeft de Cobra een kleine minuut op Contador teruggepakt. In zijn kenmerkende stijl - handen geregeld onderin de beugel, zoals ook de klimhouding was van zijn idool Marco Pantani - rijdt ook hij op de flanken van de Furcia naar boven.

Na eenzelfde tussenpoos vertrekt Contador. Hij rijdt dit jaar voor Astana, de ploeg die wegens een positieve dopingtest van kopman Vinokourov in de Tour van 2007 (de “Rasmussen Tour”) niet mag starten in de komende Tour de France. Derhalve behoort het voor Contador niet tot de mogelijkheden de Tour voor de tweede maal op rij te winnen. In eerste instantie is Astana door een conflict tussen de organisatoren van de grote rondes enerzijds en de UCI anderzijds inzake de Worldtour niet voor deze Giro uitgenodigd. Twee weken voor aanvang van de ronde komt voor de Kazachstaanse formatie het verlossende woord; indien alle sterren van het team (Contador, Klöden en Leipheimer) aan de Giro deelnemen, mag het team toch starten. In de kantlijn wordt melding gemaakt van het ‘feit’ dat Contador van het Spaanse strand moet worden geplukt. 

Terug naar maandag 26 mei: Contador overwint in zijn typerende stijl - een hoog beentempo - inmiddels de steile stroken van de Furcia. Deze ochtend heeft de Spanjaard de rit nog met de auto verkend. Na overleg met zijn mecanicien en ploegleider Bruyneel heeft hij, net zoals gisteren, een compact crankstel van 34 voor en 28 tanden achter laten monteren. Was een dubbel met 39 tanden voor en 25 achter vroeger standaard; heden ten dage rijden de meeste renners met de compact variant. Met een hoog beentempo ronddraaien is immers het devies sinds Lance Armstrong dit tot kunst heeft verheven.

Opvallend is dat de ploegleiderswagens niet op het tijdritparcours worden toegelaten. De steiltegraad en de doodlopende Kronplatz zorgen voor een moeilijke door- en teruggang van de zware wagens. Bovendien is de organisatie bevreesd dat de in 2006 gerestaureerde weg naar de top beschadigd raakt.

Inmiddels zijn alle favorieten voor de dagzege het tussenpunt op de Furcia gepasseerd. Niemand blijkt sneller dan Sella. Deze is op zijn beurt bijna boven. Ondanks zijn frêle postuur worstelt ook hij met de laatste verschrikkelijke kilometer. Bij het tussenpunt op de Furcia is Sella veertig seconden sneller dan de Venezolaan José Rujano, die voorlopig de snelste bedwinger van de Kronplatz is met een eindtijd van 41:15. Sella blijkt bergop wederom niet te houden en verbetert deze eindtijd met 43 seconden.

Twintig minuten na Sella’s doorkomst zijn ook de favorieten voor de eindzege - Di Luca, Riccò en Contador - doorgekomen op de Furcia. Contador en Riccò geven nauwelijks op elkaar en Sella toe. Slechts vijf seconden voorsprong heeft de Spanjaard op de Italiaan, die voorafgaand aan de tijdrit tegen een achterstand van 33 seconden in het klassement op dezelfde Spanjaard aankijkt. Di Luca geeft daarentegen ruim dertig seconden op beide kemphanen toe.

In de verte, nabij de bebouwing van de Corones, dient zich een in het Liquigas groen gehulde renner aan. Onder de eveneens groene helm prijken blonde krullen. Ex-roze trui drager Franco Pellizotti - bijgenaamd de dolfijn van Bibione - heeft op de Furcia 22 seconden achterstand op Sella. Ook hij baant zich een weg naar boven. Gelukkig voor de renners is het laatste stuk met hekken afgezet die worden bewaakt door met Tiroler hoeden uitgedoste militairen. Vóór Voor de dolfijn finisht de Belg Jurgen Vandenbroeck op bijna twee minuten van Sella. Tot ieders verrassing duikt Pellizotti met zes seconden onder de eindtijd van Sella. Al met al maakt de blonde Italiaan een halve minuut op het sterrata van de Kronplatz goed op Emanuele Sella. Een verbazingwekkend optreden. De uitgewoonde Italiaan wordt na de finish door zijn zoontje opgewacht.

Als Riccò door de Coppi bocht gaat, is Gilberto Simoni inmiddels klaar. Simoni geeft dertig seconden op Pellizotti toe. De inwoner van Palù di Giovo en (aangetrouwde) neef van Francesco Moser ziet er getergd uit. Na zijn twee Giro-overwinningen in 2001 en 2003 lukt het hem niet meer de ronde van zijn thuisland op zijn naam te schrijven. Ergens lijkt het erop dat Simoni - na de coup van zijn teamgenoot Cunego in 2004 - nimmer meer de oude of juist net té oud aan het worden is.

Ook Denis Menchov en Marzio Bruseghin bijten hun tanden stuk op de eindtijd van Pellizotti. Bruseghin - de locomotief van Vittorio - is een erkend tijdrijder. Hij wint eerder deze Giro de grote 36 kilometer lange tijdrit voor Contador en Klöden. Het is in deze tijdrit dat Contador de basis legt voor de roze trui en wellicht zelfs zelfs wellicht de eindoverwinning.

Het wachten is nu op de top drie van het klassement. Di Luca stelt teleur. De tijd van de dolfijn is inmiddels gaan vliegen. Terwijl hij de laatste hectometers in zijn driftige vinnige stijl afwerkt, doet de nummer twee - de in het wit van het klassement van de beste jongere gehulde - Riccò het schijnbaar beter. Plots een doortrapper van de veelal staand klimmende Riccò. Dit gaat hem ongetwijfeld seconden ten opzichte van zijn concurrent Contador kosten. Deze rijdt op dat moment op het makkelijke deel van Corones.

Di Luca finisht met een achterstand van 1 minuut en 45 seconden. Riccò is vlak bij de finishlijn. In de verte ziet hij de grote klok van de Kronplatz al hangen. Ook Contador is in de laatste kilometer. Riccò staat en Contador zit. Maar wat is het tijdsverschil tussen de twee? Contador lijkt makkelijker te klimmen op het steile stuk. Ook de Spanjaard verlaat het zadel teneinde vaart te houden. En danseuse gaat hij verder. Daar is plots Riccò in het zicht van de finishlijn. Dertig seconden geeft hij op de tijd van Pellizotti toe. Over krap of ruim drie minuten weet iedereen hoe de roze klassementsleider het er vanaf heeft gebracht. Het gaat een secondenspel worden met Pellizotti. Staan-zitten-staan-zitten. De gebouwen op de Corones zijn binnen handbereik. De finish eveneens. Nog tweehonderd meter. Pellizotti gaat de etappe naar de Kronplatz winnen en zal na afloop letterlijk en figuurlijk worden gekroond als de Dolasilla van de Plan de Corones. 

Contador wordt uiteindelijk vierde met een achterstand van 22 seconden, maar wel met een - slechts luttele acht seconden - voorsprong op zijn naaste belager Riccò. Morgen rustdag. Daarna een heftig slotweekend met onder meer de Passo Vivione, de Gavia, de Mortirolo en een afsluitende tijdrit naar Milaan.

Lees het vervolg van deze Giro op de pagina over de Passo del Vivione.
# Il mio Plan de Corones
‘Wat doe je jezelf aan?’ is een regelmatig terugkerende vraag die - als ik wederom een berg op fiets - door de spelonken van mijn brein heen en weer pingpongt. Zo ook vandaag. Na enkele dagen van slecht weer hebben Jan en ik - of eigenlijk ik; Jan is het er vaak mee eens - het plan opgepakt om de Plan de Corones te beklimmen. In die tijd was ik nog geen Italiofiel dus spraken we allen over de Kronplatz. Voor ons Noord-Europeanen bekt dat eenvoudigweg ook lekkerder. Met Pim en Arno verblijven we een week in de Dolomieten. Afgelopen zondag hebben we allen aan de Maratona dles Dolomites (Dolomieten marathon) meegedaan en plakken er nog een week aan vast om nog wat bergen te befietsen. Vandaag dus de Kronplatz, bekend vanwege de tijdrit van vorig jaar én de afgelaste rit in 2006.

Snel verdwijnt Jan uit het zicht als we het sparrenbos van de Furcia verwisselen voor het meer open deel van de Furcia. Op een van de steile tien procent stroken heb ik het zoals gewoonlijk zwaar. Tot zeven procent kan ik goed meekomen, maar daar boven haak ik af en wordt klimmen meer een kwestie van worstelen. Gelukkig valt de laatste kilometer erg mee. Jan staat bij de afslag naar de Kronplatz te wachten. We rijden samen naar boven. Alhoewel rijden is niet het juiste werkwoord. Worstelen past hier wederom beter. Het rijden op de onverharde witte weg - sterrata - is op zich al zwaar, maar met dit stijgingspercentage slecht te doen. Een enkele keer stoppen we voor een Kodak moment. Dit moet namelijk op de gevoelige plaat worden vastgelegd. Als de laatste kilometer naar de top aanbreekt, verdwijnt Jan bijna uit het zicht. Voor me zie ik de gebouwen en de enorme klok op de top. De kale top. Ik voel de wind. Ik voel de kou. Beiden zijn tegen mij, maar kunnen mij niet verontrusten. Wat mij zeer verontrust en welhaast de moed ontneemt, is de laatste onverharde Keutenberg-achtige kilometer naar de top van de Kronplatz. Jans silhouet is verworden tot playmobil-achtige proporties. Hij is bijna op de top en dus verlost uit zijn lijden. Ik begin aan mijn lijdensweg naar de top. Harkend en slingerend ga ik van links naar rechts om enige snelheid te behouden. Ondertussen ontwijk ik kuilen en knok tegen de wind. Een stem. Een rood shirt. Jan. Afgedaald om moraal te geven. Afgedaald om me uit de wind te zetten. Held. Vriend. Boven! Een bekroning.
Share by: