90: passo del Gran San Bernardo

La Collista numèro 90: Passo del Gran San Bernardo
# Beschrijving
Vanuit de hoofdstad van de regio Valle d’Aosta is de Passo del Gran San Bernardo met 33 kilometer lang te noemen. Als gevolg daarvan valt de steiltegraad van gemiddeld 5,7 % nogal mee. De kwaliteit van het asfalt is goed te noemen. Doordat de weg door met name vrachtverkeer veel wordt gebruikt, rekent de overheid het tot haar taak het wegdek in goede staat te houden. Met het noemen van het vele verkeer is meteen een van de grootste nadelen genoemd. Tot zeven kilometer voor de top - op een hoogte van 1900 meter - splitst de weg zich. Het doorgaande verkeer wordt door de tunnel naar Zwitserland geleid. Het overige, veelal toeristische verkeer, mag nu ongestoord genieten van een adembenemend landschap. De weg versmalt hier enigszins en neemt in stijging toe. Het steilste stuk van 8,1% ligt in de laatste kilometers. 
Hoogte: 2469 meter
Afstand: 33,1 kilometer
Hoogteverschil: 1874 meter
Gemiddelde stijging: 5,7%
Maximale stijging: 8,1%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮
Passo del Gran San Bernardo
# Toerisme en geschiedenis
De Grote Sint Bernard verbindt het Zwitserse Val d’Entremont met het Italiaanse Valle d’Aosta. De passo ligt in de Penninische Alpen (Walliser Alpen in het Duits) en is de enige verbindingsweg in dit gebied. Tachtig kilometer oostelijker ligt de Passo Sempione (Simplonpas) en westelijk ligt de Mont Blanc. In 1905 werd de 2400 meter hoge pas geasfalteerd. Doordat de pas tussen oktober en mei door de sneeuw onbegaanbaar is, werd in de jaren zestig van de vorige eeuw op 1900 meter hoogte een tunnel aangelegd, waardoor het verkeer het gehele jaar toegang tot beide gebieden heeft.

De Sint Bernard is vernoemd naar Bernard van Menton, die in de elfde eeuw op de top een klooster stichtte om reizigers te verzorgen. De monniken zetten sint-bernardshonden in om vermiste reizigers op te sporen. Het eerste bewijs van deze hulpvaardige honden dook rond 1690 op in diverse schilderijen van Salvatore Rosa. Dat in de kruiken die de dieren om hun nek droegen brandewijn of een andere sterke drank zou zitten om bewusteloos en onderkoeld geraakte reizigers bij te doen komen, berust waarschijnlijk op een legende. De honden worden sinds 2004 niet officieel bij hulpacties ingezet. De dieren zijn door een Zwitserse organisatie gekocht en worden in Martigny gefokt. Enkele dieren lopen als toeristische trekpleisters in het gebied rond de top rond.

De Keltische stammen die over het gebied heersten, werden in het begin van onze jaartelling door de legers van de Romeinse keizer Augustus verslagen. Op de top van de pas bouwden de Romeinen een tempel ter ere van Giove Pennino. Hierdoor ontstond de naam Col de Mont Jupiter. Tijdens het bewind van keizer Claudius legden de Romeinen een weg over de top aan. In 43 na Christus werd deze voltooid. Restanten van deze oude Romeinse weg zijn vlak bij de top zichtbaar.

Rond 1800 trok Napoleon Bonaparte met 40.000 soldaten over de Sint Bernard met het oogmerk om het door Oostenrijk bezette Franse Genoa aan de Ligurische kust aan de bezettende macht te ontfutselen. Een expeditie die tot succes leidde. 

# Passo del Gran San Bernardo in Giro
De bijna 4000 kilometer lange Giro van 1996 start in Griekenland. In dit jaar wordt het 100-jarige bestaan van de Olympische Spelen gevierd en toevalligerwijs bestaat de Gazetta dello Sport - de organiserende krant van de Giro - eveneens 100 jaar. Een mooie gelegenheid vindt koersdirecteur Castellano om het buurland met een bezoek van de ronde te vereren. Tot grote woede en frustratie van de Grieken greep het land naast het organiseren van de Olympische Spelen; zulks ten faveure van van het Amerikaanse Atlanta. Het bezoek van de Giro was een kleine pleister op de Griekse wonde. De eerste drie etappes vinden plaats in het decor van de vele Griekse historische plaatsen zoals Olympia en Delphi. Toch blijkt het bezoek van de ronde niet het gewenste succes op te leveren. Ten eerste wordt het peloton niet door ervaren en speciaal getrainde leden van het korps carabinieri begeleid, maar door hun Griekse equivalent. Dit resulteert in chaos op de weg en rond het peloton; niet geaccrediteerde motards, plots overstekende en weinig belangstellende voetgangers. Ten tweede het Griekse wegdek. In Italië is het gemeengoed dat burgemeesters voor ‘fluisterasfalt’ zorgen als de Giro door hun gemeente trekt. In Griekenland blijkt het wegdek in erbarmelijke staat te verkeren. Gaten, kuilen en scheuren zorgen voor veel valpartijen en nopen de renners tot het gedeeltelijk neutraliseren van de tweede rit. De volgende tegenvaller betreft de derde rit. Die zou een etappe voor de klimmers moeten worden. Maar door eerder aangebrachte springladingen op de belangrijkste klim van de dag is de weg niet begaanbaar. Laatste tegenvaller - buiten de schuld van de organisatie om - is de tegenvallende vorm van de als Griekse held aangekondigde Mario Cipollini. Het peloton haalt opgelucht adem als de Adriatische Zee wordt overgestoken. Toch doet een opmerkelijk verhaal de ronde. De NAS (drugs opsporingsdienst) wil alle auto’s van de Giro karavaan controleren op doping. Eén van de teams krijgt lucht van de aanstaande razzia en waarschuwt de andere teams. Het gevolg is dat veel auto’s een 2500 kilometer lange rit van Griekenland via Servië en Triëst moeten ondernemen om in Puglia voor het vervolg van de Giro te komen. Halverwege de Giro wordt er een bezoek aan het Zwitserse Lausanne - waar het Internationaal Olympisch Comité zetelt - afgelegd. De zestiende etappe start in het noordoostelijk gelegen Aosta en trekt over de Grote Sint Bernard naar het eerder genoemde Lausanne. De Italiaan Mariano Piccoli bereikt als eerste de top. De Passo del Gran San Bernardo is tot dan toe voor de zevende keer opgenomen in een grote ronde, waarvan driemaal in de Giro. Illustere renners zoals Gino Bartali, Federico Bahamontes en Charly Gaul arriveren als eerste op de 2400 meter hoge pas. De volgende dag keert het Giro peloton - weer via de Bernardo - terug op Italiaans grondgebied. Ditmaal is het de Fransman Laurent Roux die als eerste over de top trekt. In deze zeventiende etappe wordt hij tweede, na de Deen Bo Larsen. Winnaar van deze Pantani-loze ronde wordt de enigszins kleurloze Rus Pavel Tonkov. Hij verslaat in de één-na-laatste etappe over de Gavia en Mortirolo de net zo kleurloze Spanjaard Abraham Olano die als derde op het podium eindigt. De vrij onbekend gebleven Enrico Zaida completeert het podium. Geheel in de lijn van de hoop en de verwachting van vele Italianen blijft een Griekse tragedie uit. 

# Il mio Passo del Gran San Bernardo
In de zomer van 2007 wil ik vanuit het Lago Maggiore naar de Mont Blanc. Het is een heldere dag, zodat de top van de Monte Bianco wellicht zichtbaar moet zijn. Mijn redenering luidt: hoe verder van de top des te beter het zicht op deze top. Nadat ik de kaart kort heb bestudeerd hoop en verwacht ik tijdens het beklimmen van de Grote Sint Bernard de Monte Bianco te kunnen zien. moet kunnen zien. Derhalve het leuke met het leuke combineren. 

De eerste kilometers van de beklimming heb ik het niet naar mijn zin door het vele verkeer en de weinige beschutting. De zon brandt onbarmhartig vandaag. Hoe hoger ik kom, des te koeler en indrukwekkender het landschap wordt. Hoge piekachtige en gekartelde toppen doemen aan het einde van mijn gezichtsveld op. Elk moment verwacht ik de top van de Bianco te zien opdoemen. Nadat het vrachtverkeer is afgeslagen, word ik door een wegwerker tegengehouden. De weg naar de top is deels opgebroken, waardoor ik enkele minuten halt dien te houden. Na een kort ‘vai’ van mijn tegenhouder, vat ik de laatste naar verhouding zware kilometers aan. Na elke wending van de weg en na elke bocht verandert het berglandschap. De Monte Bianco laat zich echter niet zien. Ook niet op de 2400 meter hoge top. Rond de top, in de schaduw van de bergwanden, is ‘eeuwige sneeuw’ te bewonderen. Opmerkelijk voor de maand juli. Na een kort verblijf op de top én in Zwitserland daal ik weer af naar Valle d’Aosta. 

Share by: