95: passo di Fedaia

La Collista numèro 95: Passo di Fedaia
# Beschrijving
De Passo di Fedaia is van twee zijden te beklimmen. De westkant vanuit Canazei is de meest eenvoudige. Hier is de passo bijna veertien kilometer lang met een gemiddelde stijging van 4,5%. Het zwaarste stuk is tien procent en bevindt zich op tweederde van de klim. 
De oostzijde van de Fedaia is een ander paar mouwen. De klim naar de 2061 meter hoge Fedaia begint officieus in Caprile. Over een lengte van eveneens veertien kilometer dient een kilometer aan hoogtemeters te worden overwonnen. Met andere woorden: met elke veertien meter stijgt de weg een meter. De eerste negen kilometers zijn wisselend van steilte. Relatief gemakkelijke stroken van drie tot vier procent worden afgewisseld met stukken oplopend tot tien procent. Dit alles is kinderspel vergeleken met de laatste vijf gruwelijke kilometers. Op dit punt aangekomen heb je slechts de helft van het aantal hoogtemeters overwonnen. Resteert derhalve vijfhonderd hoogtemeters in vijf af te leggen kilometer, hetgeen resulteert in een beklimming van tien procent gemiddeld met uitschieters boven de vijftien procent. Bovendien loopt de weg rechtdoor naar de top wat de beklimming oneindig maakt. Deze eentonigheid wordt in de laatste kilometer door enkele haarspeldbochten doorbroken.
Hoogte: 2061 meter
Afstand: 14,1 kilometer
Hoogteverschil: 1061 meter
Gemiddelde stijging: 7,4%
Maximale stijging: 16,4%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
Passo di Fedaia
# Toerisme en geschiedenis
De Passo di Fedaia verbindt de Valle di Fassa met het dal van de rivier de Cordevole. De pas zelf ligt aan de voet van de hoogste top van de Dolomieten, de Marmolada, die met een hoogte van 3342 meter voor menige alpinist een ware uitdaging is. Eveneens op pashoogte bevindt zich het stuwmeer van de Lago di Fedaia. Hierin wordt het smeltwater van de Marmolada-gletsjer opgevangen. Ook het Museo della Grande Guerra bevindt zich op de pas. Dit museum is geheel gewijd - zoals de naam al aangeeft - aan de Eerste Wereldoorlog. Veel overblijfselen uit de Grote Oorlog zoals munitie, voedsel, gereedschap, bouwmateriaal en hout heeft de gletsjer in de eindmorene prijsgegeven en worden in het museum tentoongesteld. 

Een bijzonderheid van de Fedaia is de Serrai di Sottoguda: een weg door een kloof, tevens een van de smalste wegen ter wereld en een zijweg van de SP641 - de weg naar de Passo di Fedaia. De Sottoguda-kloof is alleen toegankelijk voor voetgangers en fietsers. De weg volgt de rivier de Pettorina die door de de kloof gaat. De weg wordt vaak gebruikt als de Giro d'Italia de Fedaia van de oostzijde aandoet. De weg met twaalf kleine bruggetjes is geasfalteerd en extreem smal en slingert zich door een van de smalste kloven van Italië. De kloof heeft een lengte van ongeveer twee kilometer en ongeveer acht tot tien meter breed, terwijl de wanden aan beide zijden maximaal vijftig meter hoog zijn. 
# Il Passo di Fedaia in Giro
‘Oh een valpartij. En Joop Zoetemelk valt. Oh God. Wat een drama misschien’. Een zeldzame en voor Jean Nelissen uitzonderlijke tijdens de Tour van 1980 op het moment dat Johan van der Velde wat onhandig aan zijn fiets klungelt, slingert en daarmee Joop Zoetemelk ten val brengt. Heel fietsminnend Nederland houdt tijdens deze zomerse dag de adem in. Zoetemelk staat gelukkig op en wint als tweede Nederlander de Tour de France.

Bijna zeven jaar later, in 1987 - Joop Zoetemelk is in zijn laatste jaar en wint en passant op 39-jarige leeftijd de Amstel Gold Race - zwaait Johan van der Velde, gehuld in de paarse puntentrui voor de beste sprinter, met de bloemen naar het Italiaanse publiek. Zojuist heeft hij de etappe met finish op de Fedaia (Marmolada) gewonnen. Zijn tweede bergetappe op rij in deze Giro. Ten opzichte van de dag daarvoor was deze etappe de zwaarste. Een 214 kilometer lange rit over de Croce Comelico, Gardena, Sella, Pordoi en finish op de Fedaia.

Na het ter ziele gaan van de ‘TI-Raleigh-ploeg’ en de overgang naar Panasonic, vindt Johan van der Velde het genoeg. Samen met drie andere ex-TI Raleigh renners: Koppert, Havik en Pirard trekt de in 1956 te Rijsbergen geboren Van der Velde naar het wielergekke Italië. Waar zijn drie oud-ploeggenoten nog steeds (waarde) hechten aan het aloude kopman-knecht systeem, kan Van der Velde zich daar steeds minder in vinden. 

Sinds zijn debuut in 1978 schuilt er in Van der Velde een potentieel kopman. Zijn achilleshiel is echter de tijdrit en de immer aanwezige zwakke dag tijdens een grote ronde. Zijn potentieel komt echter in korte etappewedstrijden ruimschoots bovendrijven. Zo wint hij de Dauphiné, de Ronde van Romandië alsmede de rondes van Nederland en Engeland in zijn carrière. Ook tijdens eendagswedstrijden bloeit zijn talent op. Zo prijken onder meer het Kampioenschap van Zürich en Luik-Bastenaken-Luik op zijn erelijst. De laatste wordt hem echter afgenomen. De reden: doping. Een gegeven dat hem later in zijn leven parten zal spelen.

Van der Velde keert in 1986, na twee jaar in Italiaanse dienst te hebben gereden, terug naar het vertrouwde nest van ploegleider Post. Het bevalt hem niet. Na een jaar keert hij alweer terug naar Italië waar hij in dienst rijdt van de GIS Gelati-ploeg. Van der Velde vindt nu wel zijn draai getuige het tweemaal winnen van de paarse puntentrui als beste sprinter. Van huis uit is hij geen geboren sprinter, maar weet zich desondanks tijdens de veelal chaotische Italiaanse sprints goed te positioneren en pakt daarmee redelijk wat punten. Tijdens tussensprints in bergetappes verovert hij de rest van het benodigde puntenarsenaal.

Ook in 1987, het jaar van zijn van zijn twee opeenvolgende etappe-overwinningen in de Giro, wint hij net als in 1985 het paars. Dit is tevens het jaar van de interne machtsstrijd binnen de Carrera-ploeg, waar de ploeggenoten Stephen Roche en Roberto Visentini tegen elkaar strijden om het roze. 

In 1988 herhaalt Van der Velde hetzelfde kunststukje; voor de derde maal wint hij het puntenklassement. Het is tijdens deze Giro dat hij gestoken in korte broek en dito mouwen vooraan in de wedstrijd de in sneeuw gehulde Gavia oprijdt. De onderkoeld geraakt Van der Velde zoekt op de top van de Gavia de warmte van een camper op. Zijn positie als leider van de wedstrijd wordt door Breuking en Hampsten overgenomen, waarna de Breuk in Bormio wint. Van der Velde daarentegen wordt in dezelfde camper de Gavia afgereden. Voor alle laatkomers wordt door de wedstrijdjury een algeheel pardon afgegeven. Iedereen mag de volgende dag weer starten.

1989 is zijn laatste officiële jaar als professional. Hij rijdt dat jaar geen platte prijs en geeft er vervolgens in 1990 officieel de brui aan. Naast zijn talrijke overwinningen houdt Van der Velde een amfetamineverslaving aan zijn wielercarrière over. Om zijn verslaving te bekostigen raakt de Brabander op het verkeerde pad. Hij breekt ettelijke malen in en belandt uiteindelijk voor een aantal maanden in de gevangenis. 

Tegenwoordig (2018) is Van der Velde buschauffeur van de Nederlandse Roompot-ploeg en brengt al rijdend zijn ervaring over op het aanwezige Nederlandse wielertalent van die ploeg.
# Il mio Passo di Fedaia
Vanuit onze verblijfplaats op vijf kilometer onder de top van de Passo di Valparola is het niet ver naar de Passo di Fedaia. Op het moment van schrijven heb ik niet meer helder voor de geest wie van ons vieren (Arno, Pim, Jan of ondergetekende) op de sadomasochistische gedachte is gekomen om deze Fedaia te beklimmen. Tot op heden verdenk ik Arno van dit wrede plan.

Het is een grauwe dag in de Dolomieten. Na een redelijk zonovergoten Maratona dles Dolomites is dit even schakelen voor ons. Pim is voor een coachingsgesprek al eerder vertrokken en staat op de top van de Valparola zijn cliënt terzijde. Na een weinig verheffend ontbijt hijsen we ons in wielerkledij en ondernemen de weg naar boven. Eenmaal aangekomen voegen we ons bij Pim, die zojuist zijn gesprek heeft afgerond. We zijn nog geen minuut aan het dalen als Pim lek rijdt. Stootlek op de slechte weg van de Falzarego - de pas vlak onder de Valparola. Het euvel wordt echter vakkundig verholpen. Daarna beginnen we aan een eindeloos lijkende afdaling. Bij de splitsing Araba-Caprile gaat Pim rechtsaf richting Pordoï. Hem zullen we in Canazei weer treffen. Jan, Arno en ik dalen verder af naar Caprile. Vlak voor de stad slaan we rechtsaf de brede weg naar de Fedaia in. 

Het eerste stuk valt me ontzettend mee. Weliswaar voel ik de vermoeidheid, maar toch kan ik redelijk goed bij de anderen aanhaken. Zo rijden we gezamenlijk omhoog. Als het echt zwaar wordt, is het Jan die ons los rijdt. Arno lijkt te twijfelen; het wordt nog zwaar tot de top. Amechtig hang ik in zijn wiel, totdat mijn hoofd besluit het wiel het wiel te laten en in eigen tempo omhoog te rijden. Deze tien en meer procent stijgingen zijn eenvoudigweg niet aan mij besteed. Het achterwiel van Arno wordt zienderogen kleiner. In de verte zie ik Jan rijden. Arno lijkt - weliswaar van een afstand gezien - het gat naar de Pantani van Hoorn te dichten. Zeker weten doe ik het niet. Beide fietsmaten zijn in grootte tot legopoppetjes verworden. 

Wat duurt het lang en lang en nog wat langer. De weg is kletsnat. Ik overweeg te stoppen om de benen even rust te geven, maar ik weiger. In mijn hoofd bel ik dan altijd mijn moeder op - na weer het bereiken van een col - om te zeggen: ‘in een keer gehaald!’ Nabij de top wordt het kouder en kouder. Ik vraag me af of mijn dunne regenjas van nut zal gaat zijn tijdens de komende afdaling. Ruw word ik opgeschrikt uit mijn gemijmer. ‘Rob, even omhoog kijken voor de foto,’ klinkt het. Ik ben dicht bij de top en Arno staat - hoe hij het gedaan heeft is me tot op heden een raadsel - boven op een rotspartij. Hij heeft Jan op de top bijna ingehaald en is daarna met wielerschoenen en al de rotsen opgeklauterd.

Zoals voorspeld zijn de eerste kilometers van de afdaling geen pretje. Het grote Lago di Fedaia ligt er spookachtig bij. Ieder moment verwacht ik dat een dinosaurusachtig reptiel de kop boven het grijze water uitsteekt en ons gemeen toelacht. Eenmaal in Canazei aangekomen hebben we snel contact met Pim die kort na ons arriveert. We warmen ons in een café op. Arno en ik drinken een soort chocolademelk, die volgens ons bestaat uit een recentelijk gesmolten Verkadereep. De vloeibare pap is dermate heftig van smaak en en zo rijk aan calorieën dat de komende twee cols - de Passo di Sella en de Passo di Gardena - ondanks het slechter wordende weer kinderspel zullen zijn. 
Share by: