96: passo di Giau

La Collista numèro 96: Passo di Giau
# Beschrijving
De Passo di Giau verbindt het mondaine skioord Cortina d’Ampezzo met het Val de Cordevole. De beklimming van de zuidzijde van de Giau start in Caprile, waar ook de weg naar de Passo di Fedaia (ook wel de Marmolada genoemd) begint. Tot aan het dorp Selva di Cadore is de Giau een redelijk eenvoudige beklimming. De weg splitst zich voorbij Selva. Linksaf gaat de weg over de Colle Santa Lucia richting voet van de Falzarego en verder door naar de Passo di Pordoi. De weg rechtdoor stijgt door de bossen van Val Codalongo met een gemiddelde net boven de negen procent. Deze negen kilometer lange weg met 29 haarspeldbochten wordt jaarlijks in het parcours van de Dolomieten marathon opgenomen. Op ongeveer 1800 meter hoogte wisselt het decor van bos in bergweiden.

Vanuit Cortina (noordzijde) is de weg naar de top dezelfde als naar de Falzarego. Bij Pocol takt de weg naar de Giau links af. Tot aan de afslag is de beklimming goed te doen. Na de afslag volgt zelfs een korte afdaling. Erna slingert de brede en goed geasfalteerde weg zich tegen een stijging van acht tot negen procent omhoog naar de 2233 meter hoge Giau. 
Hoogte: 2239 meter
Afstand: kilometer
Hoogteverschil: 860 meter
Gemiddelde stijging: 9,5%
Maximale stijging: 14,5%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
Passo di Giau
# Toerisme en geschiedenis
Ten noordoosten van de Giau ligt de stad Cortina d’Ampezzo. De grootste stad in de Dolomieten is een belangrijke en tevens de grootste wintersportplaats in dit gebied. In 1956 werden de Olympische Spelen hier georganiseerd.

Boven op de Giau is het zicht op de nabijgelegen bergen indrukwekkend, maar het beeld wordt gedomineerd door de Nuvolau (2574 m). Er staat een hotel-restaurant en een kapel. Aan de oostzijde van de Jof de Giau in het Ladinisch en Suogo de Jou in het Ampezzo Ladinisch strekt zich het natuurgebied Riserva Naturale Monte Pelmo - Mondeval - Passo Giau uit. De pashoogte is het beginpunt voor de beklimming van de Nuvolau en de populaire wandeltocht via de berggroep Cinque Torri naar de Passo di Falzarego. Het maakt de Giau tot een populair wandelgebied getuige de vele trekkershutten die in het prachtig decor van de bergtoppen van de Dolomieten zijn gebouwd.

Achtmaal is de Giau in het parcours van de Giro d'Italia opgenomen. Fuente was voor Merckx in 1973 de eerste bedwinger van deze Dolomietenreus. Verder prijken er louter echte klimmers op de erelijst van de Giau: Piepoli, Cardenas, Sella, Garzelli, Atapuma. Kortom: de Giau is voer voor de rasklimmer.
# Il Passo di Giau in Tour de Francia: het bedrog van Rasmussen
Het is juni 2007. Het berglandschap van de Dolomieten ligt verstopt onder een dik en grijs wolkendek. De regen roffelt voortdurend op het dak van de auto van Davide Cassani. De oud-coureur heeft zojuist op de fiets voor La Gazetta dello Sport de Giau verkend als het noodweer aanbreekt. Het overvloedige regenwater spoelt over het wegdek. ‘Wat een hondenweer!’ denkt Cassani, als hij de Passo di Fedaia in zijn warmgestookte auto afdaalt. In de verte ontwaart hij een zwarte stip. Een wielrenner. ‘Wie gaat er in dit weer trainen?’ vraagt Cassani zich af. Als hij dichterbij komt, herkent hij de in blauw-zwarte regenkleding gestoken renner en laat zijn raam zakken. De koude en natte berglucht dringt zijn auto binnen. ‘Ciao Michael!’ zegt de oud-renner. ‘Ciao Davide,’ antwoordt Rasmussen op een bedeesde toon. De twee voeren een kort gesprek waarin Rasmussen vertelt over zijn afgelegde training met daarin de Pordoi, Falzarego, Giau en Fedaia. Cassani is diep onder de indruk van Rasmussens toewijding, biedt hem zijn warme auto aan, waarop de Deen bedankt en de twee afscheid nemen.

Een maand later, de koude van de Dolomieten heeft plaatsgemaakt voor het zonovergoten decor van Frankrijk, gaat diezelfde Deen fier aan de leiding in de Tour de France. De meeste volgers alsmede de directie van de Tour zijn hier allerminst enthousiast over. Enkele dagen nadat Rasmussen het geel in Tignes heeft veroverd, maakt de voorzitter van de Deense wielerbond openbaar dat Rasmussen twee waarschuwingen over zijn ‘whereabouts’ heeft ontvangen. Binnen Rasmussens ploeg - de Rabobank - is deze informatie voorafgaand aan de Tour al binnengekomen. 

In een poging om het dopingspook het peloton uit te jagen moet iedere renner schriftelijk aan de UCI - de overkoepelende instantie binnen het wielrennen - doorgeven waar hij zich gedurende een periode van twee weken bevindt. Deze whereabouts moeten schriftelijk aan de UCI worden doorgegeven en zorgen ervoor dat renners voor dopingcontroleurs opspoorbaar zijn. Het onjuist of onvolledig verstrekken van informatie alsmede het afwezig zijn op de aangegeven verblijfplaats leidt tot een zogenaamde ‘recorded warning’. Een derde waarschuwing leidt automatisch tot een schorsing van de renner.

Rasmussen heeft inmiddels twee recorded warnings ontvangen. Achter de schermen is de directie van de Tour, de ASO, al geruime tijd bezig om Rabobank en met name de directeur Theo de Rooij onder druk te zetten om Rasmussen uit de Tour te halen. Zijn geloofwaardigheid en die van de Ronde staan onder druk. De ASO sommeert Rabobank en Rasmussen om tijdens de persconferentie op de laatste rustdag van de Tour openheid van zaken te geven. Hier wordt de druk op Rasmussen opgevoerd. De advocaat van de bank - Harro Knijff - legt aan de verzamelde pers uit dat er formeel geen enkele reden bestaat om de Deen uit de Tour te halen. Hij legt uit dat Rasmussen middels een brief aan de UCI had laten weten dat hij gedurende de maand juni in Mexico verbleef om daar te trainen. Dat de brief te laat bij de UCI is binnengekomen, is de Deen op een tweede recorded warning komen te staan. Geen reden dus om hem te schorsen. Ook de UCI bevestigt het statement van de advocaat. Rasmussen zelf moet diep door het stof tijdens deze persconferentie, waarna het peloton der volgers schoorvoetend en knarsetandend de uitleg moet zien te accepteren. 

De laatste bergetappe van deze Tour breekt aan. De Rabobankploeg met de indrukwekkend rijdende Thomas Dekker sleurt aan de kop van het peloton in een poging de groep te decimeren tot aan de voet van de slotklim van de Aubisque. Dekker geeft uiteindelijk dodelijk vermoeid de kop af aan Menchov, die op zijn beurt de groep wederom wat kleiner maakt tot enkel de favorieten voor de eindzege over zijn. Dan lost ook de Rus de rol. Evans, Rasmussen en de twee Discovery ploeggenoten Contador en Leipheimer gaan strijden om de dagzege en vermoedelijk ook de eindzege. Rasmussen speelt het spel geweldig en pareert elke aanval. Als de top van de Aubisque nadert moeten zijn concurrenten hem stuk voor stuk laten gaan. Rasmussen komt alleen aan op de Aubisque, staat nog steviger in het geel en gaat vrijwel zeker met nog drie dagen en een tijdrit in het vooruitzicht de Tour de France winnen. Op de Italiaanse televisie schreeuwt Cassani het van enthousiasme uit en vertelt de kijkers over zijn ontmoeting met Rasmussen in de regenachtige Dolomieten. Oud-renner Rolf Sörensen, verslaggever voor de Deense televisie, hoort over diens relaas. De Deen spreekt door zijn jaren bij diverse Italiaanse ploegen de taal goed, vraagt na de uitzending Cassani zijn woorden voor de Deense televisie te herhalen en confronteert Rasmussen met het nieuws. De Deen ontkent maar weet onmiddellijk dat de leugen voor hem te groot gaat worden. Want als hij in Italië was, dan kon hij dus niet in het door hem opgegeven Mexico zijn. 

Achter in de Rabobank bus krijgt De Rooij telefoon en wordt op de hoogte gebracht van het nieuws. Hij is des duivels over het bedrog van zijn renner, belt zijn kopman op en confronteert hem met de uitlatingen van Cassani. ‘Klopt het Michael wat Cassani over jou zegt; was jij in juni in de Dolomieten?’ De Deen kan niets anders doen dan toegeven, waarop De Rooij hem uit de Tour haalt en op staande voet ontslaat. Ploegleider Erik Dekker ontfermt zich over de renner en brengt hem, voordat de verzamelde wereldpers zich op de Deen kan storten, naar een ander hotel. De volgende dag wordt de ontredderde Deen naar het dichtstbijzijnde vliegveld gebracht en met het privé-toestel van de bank naar Verona gevlogen. Het betekent het einde van de carrière van de spichtige Deen en het begin van een lange juridische kwestie tussen hem en de Rabobank.

Bronnen:
Andere tijden sport - NOS
Bloedbroeders: Steven Derix & Dolf de Groot
Gele koorts: Michael Rasmussen & Klaus Wivel
# Il mio Passo di Giau (Maratona dles Dolomites 2009)
Na wederom de Campolongo vanuit Corvara te hebben beklommen en te zijn afgedaald breekt de grote oversteek over de SS 48 - de Dolomietenweg - naar de voet van de Passo di Giau aan. Van Arabba tot aan het begin van de Giau is ruim twintig kilometer lang, maar in mijn beleving vele malen langer. Op diverse fora wordt geadviseerd
het hier ‘rustig’ aan te doen. Jezelf sparen zo luidt het devies. Dat lukt me niet echt. Verlost van de grote drukte rij ik van groepje naar groepje. 

Voordat ik aan de Giau mag beginnen, moet eerst de ongecategoriseerde klim - de Colle Santa Lucia - te worden genomen. Zonder noemenswaardige problemen neem ik deze korte en eenvoudige hindernis. 

Na de afdaling van de Santa Lucia doemt de scherprechter van de Maratona - de verschrikkelijk Passo di Giau - al op. Hoe goed mijn benen tot nu toe waren, zo slecht worden ze op de Giau. Mijn gebrek aan absolute spierkracht is op dit soort steile klims mijn achilleshiel. Ik kan een aardig wattage aan, mits ik met minimaal tachtig omwentelingen per minuut kan draaien. Om de Giau te overwinnen moet ik het met een maximum van zestig omwentelingen doen, waardoor de druk op mijn beenspieren te groot wordt. Ik verzuur nu snel. Lichter gebouwde renners en mannen met een triple snellen me voorbij. Opmerkelijk is - afgezien van het ratelen der kettingen en het kabbelende water van de rivier de Codalonga- de serene rust die hier hangt. Iedereen is druk bezig met de zwaartekracht en hellingsgraad van de Giau te overwinnen. 

Ik vind het verschrikkelijk, maar moet eenvoudigweg even pauzeren om mijn benen enige rust te gunnen. Voorovergebogen over het carbon van mijn fiets acteer ik een defect aan mijn trouwe tweewieler. Ik rommel wat, maak mijn bril schoon en zit weer op de fiets. De korte pauze doet wonderen. Voor welgeteld twee minuten. Daarna is het harken en bidden dat de top maar snel naderbij komt. Mijn maag begint inmiddels te rommelen als een oude roestige betonmolen. Eenmaal uit het beboste deel van de Giau dient de top zich in de verte al aan. Bovenop gekomen laat ik mijn bidons wederom vullen en vergrijp me aan overheerlijke broodjes met salami. Ik weet dat het niet goed voor me is, maar kan me niet beheersen. Hoe vervelend de broodjes zullen gaan vallen, ben ik me dan nog niet van bewust. 

De afdaling verloopt weergaloos. De route is immers autovrij, waardoor ik me als een steen naar beneden kan laten vallen, de bochten kan aansnijden zoals ik wil en menigeen voorbij vlieg. De afdaling van de Giau staat, vanwege enkele moeilijke en teruglopende haarspeldbochten, als een technische bekend. Het deel met de bochten heb ik op de Tacx een aantal maal ervaren. Vooral de twee teruglopende bochten verrassen me niet en stuur er gemakkelijk en flink schuin hangend doorheen. Verderop is de t-splitsing. Rechts is Cortina d’Ampezzo. Links is het vervolg van de Maratona met de beklimming en afdaling van de Falzarego/Valparola als sluitstuk.
Share by: