99: passo Pordoi

La Collista numèro 99: Passo Pordoi
# Beschrijving
Zoals de meeste passen kent ook de Pordoi (2239 meter) twee zijden. Wie kiest voor de beklimming van de westelijke kant kan - komende van Canazei - na ongeveer vijf kilometer tevens de weg naar de Passo di Sella nemen. De weg naar de top van de Pordoi gaat na de splitsing hier rechtdoor. Tot op grote hoogte wordt de weg door een sparrenbos geflankeerd.

De oostzijde - in de Giro het meest beklommen en daarmee de klassieke zijde genoemd - is qua hellingsgraad net zo regelmatig als de westzijde. Deze beklimming vanuit Arabba is met een gemiddelde van 6,9% net iets steiler dan de Canazei-zijde. Vanuit Arabba is de weg naar de Passo Pordoi negen kilometer lang en telt 33 tornanti (haarspeldbochten). Genoeg momenten om de benen rust te gunnen of eventueel fel aan te zetten.
Hoogte: 2239 meter
Afstand: kilometer
Hoogteverschil: 624 meter
Gemiddelde stijging: 6,9%
Maximale stijging: 10,5%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
Passo Pordoi
# Toerisme en geschiedenis
De Passo Pordoi - Pordoijoch in het Duits en Jouf de Pordoi in het Ladinisch - is met 2239 meter een van de hoogste pasovergangen in Italië in het algemeen en in de Dolomieten in het bijzonder. Dit berggebied is opgenomen in de lijst van Unesco-werelderfgoed en bestaat uit een aantal kleine, geïsoleerd liggende berggebieden. Het gesteente van deze bergen dat voor het grootste deel uit mineraal bestaat, het zogenaamde dolomiet, ontleent zijn naam aan de Franse Franse geoloog Déodat Dolomieu - De Dolomieten kenmerken zich door de steile de steile rotswanden en scherpe bergpieken. 

De Pordoi ligt tussen de Val di Fassa (westzijde) en Val Cordevole (oostzijde). De weg over de Pordoi, Falzarego en Costalunga - de SS241 - wordt de Dolomietenweg genoemd en is in 1909 aangelegd. Door het uitzicht op de vele Dolomietentoppen is het een van de meest spectaculaire routes in de Alpen. Tevens maakt de Pordoi deel uit van de zogenaamde Sella-ronda; een zestig kilometer lange weg over de passen van de Campolongo, Pordoi, Sella en Gardena met in het midden het imposante Sella-massief.

Op de top van de Pordoi heeft men goed zicht op het hoogste punt van de Dolomieten, de Marmolada (3309 meter), en op de Sassolungo met zijn opvallend langgerekte vorm. Het hoogste punt van de Sassolungo is de 3181 meter hoge Langkofel. Vanaf de Pordoi gaat een cabinelift naar de Sass Pordoi die met zijn terrasvormige top op bijna drieduizend meter hoogte ligt. 

‘s Zomers is de omgeving van de Pordoi een belangrijk en interessant gebied voor wandelaars. Vanaf hier is het mogelijk om naar de zuidelijk gelegen Passo di Fedaia te wandelen. ‘s Winters kan in de directe omgeving nabijheid van de Pordoi goed worden geskied. Daarom wordt de weg en de pas de gehele winter sneeuwvrij gehouden. Boven op de pas is voor de zomer- en wintersporters een aantal restaurants gebouwd. 
# Il Passo Pordoi in Giro
De eretitel campionissimo (kampioen der kampioenen) is slechts voorbehouden aan een klein aantal renners. Een van hen is Fausto Coppi. Op de top van de Passo Pordoi staat - net zoals op de Izoard (Frankrijk) - een monument ter nagedachtenis aan een van de grootste wielrenners aller tijden. Coppi wordt in 1919 in het Piemontese Castellania geboren. Twintig jaar later rijdt de tengere Coppi in dienst van die andere toekomstige campionissimo - Gino Bartali - zijn eerste Giro d’Italia in die ondergeschikte rol. 

De Passo Pordoi debuteert een jaar later - in 1940 - in de Giro d’Italia. Met veertig doorkomsten tot 2017 is de Pordoi de meest beklommen passo in de historie van de Ronde van Italië. Dertien keer is de Pordoi de Cima Coppi. Hiermee wordt de hoogste berg (het dak van de ronde) in de Giro aangegeven. De prijs is in 1965 - vijf jaar na het overlijden van Coppi - in het leven geroepen om de campionissimo te eren. De renner die als eerste op de Cima Coppi boven komt, verwerft daarmee niet alleen eeuwige roem, maar krijgt tevens een bedrag op zijn bankrekening bijgeschreven.

Het is 17 mei 1940. In grote delen van Europa woedt de Tweede Wereldoorlog. Nederland, België en Frankrijk zijn inmiddels door het Duitse leger veroverd of staan op het punt te worden veroverd. Slechts 91 renners staan aan de start van de 28ste Giro d’Italia. De leider van Italië - Benito Mussolini - propageert vanaf het begin van zijn regeerperiode sport als statussymbool voor Italië. Wielrennen staat in die tijd op dezelfde hoogste trede als voetbal. De organisator van de Giro - de Italiaanse krant La Gazetta dello Sport - spint in deze vooroorlogse jaren goed garen bij de toenemende populariteit van het Italiaanse wielrennen in het algemeen en met de prestaties van zijn kampioenen (Binda, Girardengo, Bartali) in het bijzonder. 

De tweede rit van Turijn naar Genua maakt direct een einde aan Bartali’s klassementsambities. Hij valt, raakt geblesseerd, rijdt door maar verliest vijf minuten op de favorieten. Zijn jonge gregario (knecht) Coppi kan wel bij de koplopers blijven. De volgende etappes wordt Bartali door zijn tegenstanders als een groep hongerige piranha’s aangevallen, zodat de Toscaan meer en meer tijd op ze verliest. Coppi stijgt mede door zijn goede rijden in aanzien binnen het Legnano-team. Overigens wordt ook Coppi met pech geconfronteerd. In de achtste etappe rijdt een auto zijn fiets aan gort. Een teamgenoot biedt hem daarop zijn fiets aan. Een teken dat Coppi stijgt in de rangorde van zijn team. Na aankomst heeft Coppi een achterstand van twee minuten en 42 seconden op roze trui-drager Enrico Mollo.

De elfde rit wordt een van Coppi’s huzarenstukjes genoemd. Ploegleider Pavesi geeft Coppi - Bartali is te geblesseerd - het sein om aan te vallen hetgeen de ontketende Coppi doet. De apocalyptische omstandigheden (regen, wind, hagel en onweer) lijken hem niet te deren tijdens deze rit over drie Apennijnen passen waaronder de Abetone. Na aankomst in finishplaats Modena mag Coppi zich in het roze hullen met een minuut voorsprong op Mollo. Bartali staat dan al op een kwartier achterstand. 

Bartali heeft zijn buik vol van deze Giro en overweegt op te geven. Pavesi haalt hem echter over te blijven en steun te zijn voor zijn twintigjarige ploeggenoot. Pavesi lijkt over voorspellende gaven te beschikken bezitten. Als het peloton de Dolomieten aandoet en de weg omhoog gaat, krijgt Coppi het snel moeilijk. Even later staat hij kotsend aan de kant van de weg. Het peloton met favorieten schiet langs hem heen naar boven. De eerder lek gereden Bartali komt bij Coppi, geeft hem te drinken, praat de aangeslagen renner moed in en neemt hem vervolgens op sleeptouw. Door het knechtenwerk van Bartali verliest Coppi slechts een handvol seconden op Mollo. 

In de volgende etappe, de koninginnenrit over de Falzarego, de Pordoi en de Sella, zal de beslissing vallen wie deze Giro gaat winnen. Het verhaal over deze etappe gaat mede over Pavesi en de warme koffie. In die tijd was bevoorrading namelijk erg moeilijk. Renners moesten maar zelf in hun drinkbehoefte voorzien. Pavesi vraagt daags voor de etappe de eigenaar van het restaurant op de Falzarego om zijn twee toprenners van warme koffie - het was een zeer koude dag - te voorzien. De eigenaar is geen wielerkenner en vraagt Pavesi waaraan hij deze renners zou kunnen herkennen. ‘De een heeft een shirt met de Italiaanse driekleur (Bartali), de ander een roze (Coppi) én ze rijden als eerste over de top.’ Wederom heeft Pavesi het goed gezien. De twee Legnano renners komen als nummers een en twee boven op de Falzarego, doen zich tegoed aan de aangeboden warme koffie, dalen af en beginnen aan de beklimming van de Pordoi. Bartali komt als eerste van de twee boven en pakt weer punten voor het klassement van de beste klimmer. Gezamenlijk zetten ze de afdaling in naar de laatste klim van de dag, de Passo di Sella. Na tien kilometer dalen, althans zo luidt het verhaal dat Bartali de afslag naar de Sella mist, zijn fiets moet keren en Coppi moet zien bij te halen. Coppi is op zijn beurt ontketend en rijdt Bartali meteen op achterstand. Pavesi dwingt de jonge renner te wachten op Bartali om diens bergklassement niet in gevaar te brengen. Op 9 juni eindigt de Giro in Milaan. Coppi wint de eerste van zijn vijf titels in de Giro. Kort daarna wordt hij opgeroepen voor militaire dienst. Op 10 juni valt Mussolini met Coppi in de gelederen Frankrijk binnen. De wereld staat in brand!
# Il mio Passo Pordoi (Maratona dles Dolomites 2009)
Na de zinderende afdaling van de Campolongo arriveren we met het hele bont gekleurde meute in Arabba aan de voet van de Pordoi. Wederom slingert het Maratona peloton zich als een bontgekleurde slang tegen de met vele haarspeldbochten aangelegde Pordoi op. De ruimte die we tijdens de afdaling hadden, wordt bliksemsnel weer opgevuld, zodat we weer schouder-aan-schouder komen te rijden.

De Pordoi kent vanaf deze kant weinig begroeiing. De eerste kilometers komen we wat bos tegen, maar het overgrote deel bestaat uit schattige huisjes en vooral veel grasland. Heel veel grasland. Ik houd me veelal links van de weg op. Hier vallen af en toe wat gaten, zodat ik kan opschuiven op de overvolle weg. Plots hoor ik een motor met sirene van achteren naderen. In een vloeiende beweging gaat men opzij alsof een onzichtbare hand het hele pak naar rechts schuift. De motor rijdt me voorbij, ik zet aan, schakel op en kan een kilometer tempo in zijn kielzog maken.

Hoe hoger we komen des te indrukwekkender wordt het landschap. Rechts van ons rijzen scherpe rotspartijen op. Een prachtig exemplaar van een Dolomiet. Nog even en we zijn boven. Ondertussen spied ik de rijen af, uitkijkend naar mijn fietsmaten die zich ook in het gedrang zullen bevinden. Maar waar ik ook kijk, geen Arno, Pim of Jan. Op de top van de Pordoi, onze Cima Coppi, ontstaat hetzelfde beeld als op de Campolongo. Net zoals het vrijgeven van de snelweg na een ongeval, ontstaat er weer ruimte om veilig af te dalen. Opvallend is dat deze zijde van de Pordoi grotendeels met een dicht sparrenbos is begroeid. Straks de Passo di Sella. Geen Bartalietje doen; rechtsaf slaan luidt het devies!
Share by: