27: Muro di Sormano

La Collista numèro 27: Muro di Sormano
# Beschrijving
“Een pasista (niet-klimmer) heeft geen keuze. Hij moet met minstens tien minuten voorsprong bij de voet van de Muro aankomen. Als hij dan moet lopen en een kwartier of meer tijd nodig heeft dan de renners die kunnen blijven fietsen, komt hij met vijf of zes minuten achterstand boven en zo mag hij nog steeds hopen…”. Gino Bartali.

Na de lange en relatief eenvoudige afdaling van de Ghisallo slaan mijn zwager en ik in een gehucht rechtsaf om de Colma di Sormano te gaan beklimmen. Het is druk op deze vroege zondagochtend in eind april. Half fietsend Lombardije klimt zwijgend alleen of is druk converserend in de vele groepjes de weg omhoog te vervolgen. Wij besluit het vooralsnog rustig aan te doen; mijn besluit voor straks staat in ieder geval vast. Die van mijn zwager ook. Voor wie hier nog besluiteloos is: óf je kiest de gelijkmatige Colma di Sormano óf de verschrikkelijke Muro di Sormano! Hier aan de voet van de klim heb je nog alle bedenktijd. De weg slingert met een procent of vijf tot zeven gelijkmatig omhoog. Het geeft de geest rust om tot in een diepe overpeinzing over te gaan: ‘Hoe voelen de benen? Kan ik het aan? Ik wil toch vooral niet afstappen! Of maar lekker gelijkmatig doorpeddelen?’ In westelijke richting heb je al zicht op de top van de Sormano. De tijd om te wikken en te wegen neemt zienderogen af. Wat ook geldt voor het dorp Sormano.

Na het buitenrijden van het dorpje Sormano bevestig ik mijn eerder gemaakte keuze door linksaf te sturen en mijn zwager te groeten. Bewegwijzering op het wegdek geeft namelijk aan dat hier de Muro di Sormano begint. Volgens cyclingcols.com de zwaarste beklimming van Italië. Wat data om van te schrikken:
# 2,1 kilometer klimmen tegen een gemiddelde van 13,8%
# Het aantal te overbruggen hoogtemeters bedraagt bijna 300. Dat is een zesde deel van de Stelvio. Vijf keer zoveel als de Keutenberg die qua gemiddelde stijging aardig in de buurt komt.
# Maximale stijging: 20,9%. Volgens de lokalen zelfs 25%. Of meer. Het is net wie je treft en vooral in welke hoedanigheid (lees: promillage).

Met een korte afdaling is het begin van de Sormano zeer aangenaam te noemen. Ook de eerste hellende meters langs een picknickterrein zouden voor een zekere overmoedigheid kunnen gaan zorgen. Zou deze overschatting zich meester van mij hebben gemaakt, dan zou het restant me in de koude kleren gaan zitten. Zo’n brute en zware beklimming heb ik nimmer meegemaakt of het moet de laatste kilometer van de oostzijde Zoncolan zijn (ik waag me niet zonder motor in de zitbuis aan de westelijke hellezijde). 

De Muro slingert door een mooi bosrijk gebied van overwegend naaldbomen. Het wegdek is vol geschilderd met klimtijden uit de jaren ‘60. Elke overwonnen hoogtemeter is met behulp van de verfkwast op het wegdek zichtbaar gemaakt. Maar zie ik het nu goed? Komen diezelfde hoogte-aanduidingen daar zo dicht bij elkaar of is het optisch bedrog? Mijn gezichtsvermogen laat me niet in de steek. Dichter en dichter kruipen de nummers bij elkaar als een groep keizerpinguïns tijdens de barre winter. De steiltegraad valt me niet eens een beetje tegen. Het valt me zwaar tegen. Trapfrequentie hangt in de lage vijftigers, vermogen loopt sterk terug en de Garmin piept bij herhaling, omdat deze telkens een pauze vermoedt. Een groep mountainbikers dreigt me in te halen. Ik puf, ik hark, ik stoemp, ik sta stil. De groep haalt me in. Ik kijk en aanschouw … motortjes. “Zo kan ik het ook”, bedenk ik me en begroet ze vriendelijk met “motore”. Ze lachen ook nog. De hufters! Vermoeid hijs ik me op de fiets en weet in mijn pedalen te klikken. Het laatste zware stuk biedt een fenomenaal uitzicht op de vallei. Met moeite weet ik de fiets de juiste rechte weg op te sturen, zo erg geniet ik van deze beestachtige klim en het vergezicht, maar vooral het vooruitzicht dat mij nog slechts honderd meter luctor et emergo resten. Ik haal het! De Muro en Colma voegen zich samen en bieden een overweldigend uitzicht op de Alpen en de wereldstad Milano.

Overigens is de afdaling naar het Comomeer - dezelfde als de profs tijdens de Giro di Lombardia ondernemen - ook zeer de moeite waard. Tijdens de eerste kilometer is het nog onaangenaam april-koud. In de berm enkele restanten van de winter in de vorm van sneeuw met uitlaatgas. Ik waar me zo waar weer even op de Etna, die ik in februari van dit jaar heb beklommen. Het tweede deel is een bijtrapafdaling. Het gaat hier zelfs licht bergop. Het derde deel tot aan het meer is een beproeving van de stuurkunst. De vele haarspeldbochten halen de snelheid uit de afdaling, maar het scherp in en uitsturen van de bochten voelen heerlijk. Jammer dat er - en zeker op zondag - zoveel auto’s rondrijden.
Hoogte: 1124 meter
Afstand: 7,05 kilometer
Hoogteverschil: 630 meter
Gemiddelde stijging: 8,9%
Maximale stijging: 20,9%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮
# Toerisme en geschiedenis
Aan het Comomeer begint de westzijde van de Sormano. Het meer dat is vernoemd naar de zuidelijk gelegen staat is qua oppervlakte na het Lago di Garda het tweede meer van Italië. Het diepste punt bedraagt ruim 400 meter en is daarmee het diepste meer van Italië. Het lago di Como is maximaal 46 kilometer lang, 4,3 kilometer breed en heeft de vorm van een omgekeerde Griekse Y. In het noorden bij Colico voorziet de rivier de Adda van het meer van water.

De naamgeving van de Muro/Colma is vernoemd naar het oostelijk gelegen stadje Sormano dat op zijn beurt de naamgeving dankt aan Ottone di Sormano - een aanhanger van de keizer Frederick Barbarossa. Aan het begin van de 20ste eeuw werd op de plek waar het vroegere kasteel van Sormano stond een gekanteelde muur gebouwd met daarop het traditionele wapenschild van de familie Sormani onthuld.

Het Castelli di Vezzo ligt aan de oostzijde van het meer op de top van een heuvel. De oorsprong van de vesting is niet duidelijk. Het toponiem van Vezio is waarschijnlijk van Romeinse oorsprong. Er wordt in de geschiedenisboeken gewag gemaakt dat de beroemde Teodolinda, koningin van de Longobarden, hier haar laatste jaren doorbracht, de kerk van San Martino met oude torenvormige klokkentoren heeft laten bouwen om het kasteel van Vezio samen met de kapel van Sant'Antonio tot een ​​zichtbaar spoor van het christendom achter te laten. Sinds 1994 wordt het kasteel van Vezio beheerd door de Toeristische Vereniging Castello di Vezio, een non-profit organisatie die verantwoordelijk is voor het garanderen van de openheid voor het publiek, het onderhouden, herstellen en het promoten van artistieke evenementen.
# Il Muro di Sormano in Giro di Lombardia
In 2004 interviewt Bart Jungmann de oud-coureur Jo de Roo voor het literaire tijdschrift De Muur. De ex-kampioen kijkt wat glazig en stelt Jungmann de vraag: ‘wat is dat eigenlijk, De Muur?’ De schrijver tracht hem van repliek te dienen door de naamgeving van het tijdschrift te refereren aan de Muur van Geraardsbergen en/of die andere Muur in Huy. ‘Tijdschrift De Muur staat als een huis, geheid op een eeuw cyclisme’. ‘O, riposteert De Roo. Dan heeft meneer De Muur zeker ook wel gehoord van de Muur van Sormano?’ Jungmann verontschuldigt zich voor zijn onwetendheid. 

De Muur van Sormano. Een tot dan toe boerenweggetje, niets anders dan een korte afsteek van de lange beklimming naar de top van de Sormano. De Ronde van Lombarije was gezien het recentelijke saaie koersverloop toe aan vernieuwing. Op voorspraak van de Italiaanse televisie wordt de weg eind jaren ‘50 geasfalteerd en in 1960 voor het eerst opgenomen in het parcours van La Lombardia.

Op 19 oktober 1962 start ‘de koers van de vallende bladeren’ traditioneel in Milaan. Jo de Roo is in gevecht voor de eindoverwinning van ‘de Super Prestige Pernod’ zoals de huidige WorldTour destijds werd genoemd. De nummer één van deze ranking, de Belg Jef Planckaert, start niet waardoor diens landgenoot Emiel Daems de voornaamste concurrent van De Roo wordt. Als de finale van Lombardije met het vervaarlijke tweeluik Ghisallo-Muro di Sormano zich aandient, gaan de beide renners in de aanval op de vroegere kopgroep. Op het goedlopende stuk naar het dorp Sormano schut een ontketende De Roo zijn concurrent voor de eindzege van zich af en achterhaalt de koplopers om als eerste aan de moordende kilometers van de Muur te beginnen. Op het steilste stuk slaat het onheil echter toe. Door vermoedelijk te veel kracht op zijn trappers te zetten, schieten De Roo’s tandwielen los. Tot overmaat van ramp trapt De Roo in zijn boosheid zijn achterwiel scheef. Spoedig wordt hij door de vroegere koploper Trape ingehaald. Als De Roo eindelijk weer op de fiets zit, blijft hij achter een tasje of een ander voorwerp hangen en smakt tegen het asfalt. Huilend en tierend stapt de Zeeuw weer op en komt zoals een echte Zeeuw betaamt worsteld boven. Furieus zet hij de achtervolging in. Op tien kilometer van de finish van Como achterhaalt hij Trape en verslaat hem probleemloos in de sprint. 

Het jaar nadien wint De Roo voor de tweede maal de Giro di Lombardia. Deze overwinningen tezamen met zijn eerste plaats in de Ronde van Vlaanderen en drie etappes in de Tour vormen de hoogtepunten van zijn tienjarige carrière in het peloton der broodfietsers.

De Muro di Sormano wordt vanwege de calamiteiten van 1962 uit de koers gehaald maar keert vijftig jaar later weer terug! De Fransman Romain Bardet komt er in 2012 als eerste boven. Zoals het er nu naar uit doet zien, is de liefde tussen de Muro en Lombardia blijvend.
Share by: