28: Ghisallo

La Collista numèro 28: Madonna del Ghisallo
# Beschrijving
In het noorden ingeklemd tussen de twee poten van het majestueuze Comomeer ligt een stad met de stijlvolle naam: Bellagio. Veerdiensten varen af en aan om het schiereiland te verbinden met de andere zijdes van het meer. In het noorden steken de besneeuwde toppen van de Zwitserse Alpen scherp tegen de blauwe lucht af. Veelvuldig teistert de koude valwind de bewoners van Bellagio. Aan het einde van het wielerjaar, als de herfst de bladeren doet kleuren, de geur van gepofte kastanjes is te ruiken trekt het peloton tijdens de Giro di Lombardia door het stadje om aan de beklimming van de Madonna di Ghisallo te beginnen. 

De Colle di Ghisallo zoals de berg officieel heet valt grofweg in drie stukken op te delen. Bij het buitenrijden van Bellagio stijgt de weg direct in de dubbele cijfers eer deze versmalt tot een eenbaansweg. Na het geweldige hotel met magnifiek uitzicht op het Lago di Como - hotel di Perlo (de eigenaar regelt ritten met oud-prof Alberto Elli) - breekt een stuk met veel haarspeldbochten aan met af en toe een weids uitzicht op de vele bergen rondom het meer. Na een relatief lang stuk rechtdoor zit het zwaarste deel er op. Het stadje Civenna zorgt voor een aangename pauze om de volgelopen benen te voorzien van nieuw zuurstof. Voor wie zich niet heeft voorbereid lijkt alsof de top van de Ghisallo al is bereikt getuige enkele fraaie kerkjes aan de linkerzijde. Links van de weg openbaart de oostelijke tak van het Comomeer zich aan de oplettende fietser. Met nog een kleine twee kilometer tot de Ghisallo stijgt de weg voor de laatste maal. Ditmaal minder zwaar dan de aanvangsfase, maar zeker niet te onderschatten. Een zevental haarspeldbochten doen het redelijke steile stuk iets afvlakken. Na de laatste bocht volgt een recht stuk. De beroemde kerk ‘Madonna del Ghisallo’ doemt in de verte op. De Ghisallo is bedwongen en een monumentale beklimming kan aan de erelijst worden toegevoegd.
Hoogte: 754 meter
Afstand: 9,3 kilometer
Hoogteverschil: 573 meter
Gemiddelde stijging: 5,7%
Maximale stijging: 14,5%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
# Toerisme en geschiedenis
De op 754 meter boven zeeniveau gelegen kerk - op de top van de Ghisallo - is binnen de wielerwereld beroemd. Ongeveer 1000 jaar geleden werd de kapel gesticht en deed volgens de overlevering dienst als bescherming voor reizigers. Eén van dezen zou graaf Ghisallo zijn geweest die door bandieten met de dood werd bedreigd. In het kerkje zou hij de hulp van de Madonna hebben ingeroepen en ter plaatse door haar zijn verlost. Aldus de naam Madonna del Ghisallo. 

Aan het einde van de 19de eeuw - kort na de uitvinding van de fiets - werd het heiligdom van de Ghisallo geregeld aangedaan tijdens allerlei wielerwedstrijden. Na de Tweede Wereldoorlog diende pater Ermelindo Viganò bij Paus Pius XII met de hulp van enkele vooraanstaande wielrenners - waarvan de vrome Gino Bartali er uiteraard één was - een verzoek in om de Madonna del Ghisallo uit te roepen tot officiële beschermheilige der wielrenners; hetgeen in 1949 gebeurde.

Vanaf dat moment lieten veel wielrenners hun relikwieën in het kerkje achter: fietsen, bidons, shirts. Zo vallen onder meer de fietsen van Bartali, Moser, Coppi er te bewonderen. Ook de fiets waarop Fabio Casartelli tijdens de Tour de France van 1995 om het leven kwam staat er tentoongesteld. 

Buiten de kerk staan drie bustes tentoongesteld: Bartali, Coppi en Binda alsmede die van eerwaarde Ermelindo en de grafsteen van oud-Giro directeur Vincenzo Torriani.

Door alle wielerrelikwieën in de kapel barstte deze bijna uit zijn voegen en werd er onder aanvoering van die andere Italiaanse wielerlegende - Fiorenzo Magni - begonnen met de aanleg van een museum nabij de Madonna. Op 31 mei 2006, kort nadat het Giro-peloton bij de Madonna del Ghisallo aan de slotetappe naar Milano was begonnen, werd de sluitsteen van het museum gewijd door Paus Benedictus XVI. Deze steen, die te zien is in de centrale hal van het museum, draagt ​​de boodschap "Omnia Vincit Amor" (liefde overwint alles). Op 14 oktober 2006 werd het museum door Magni officieel geopend. De Giro winnaar van 1948, 1951 en 1955 wees in zijn rede erop dat er geen beter denkbare plaats voor het museum te bedenken is. Naast het heiligdom en midden in Lombardia; een wielergekke regio met talloze fietsbedrijven, liefhebbers en koersen.
# La Madonna di Ghisallo in Giro di Lombardia
De koers van de vallende bladeren. Zo wordt de Ronde van Lombardije - het sluitstuk van het wegseizoen én een van de vijf wielerklassiekers - genoemd. La corsa della foglia morta betekent echter de koers van de dode bladeren. Toegegeven. Vallende bladeren klinkt lieflijker, poëtischer maar vooral herfstiger.

De Ghisallo is de ongekroonde koning van de Ronde van Lombardije zoals elke grote klassieker die kent: de Poggio van Milano-San Remo, de Redoute bij Luik-Bastenaken-Luik en de Muur van Geraardsbergen (heden ten dage overgenomen door het illustere duo Kwaremont en Paterberg) van de Ronde van Lombardije. Of een trapje op lager klassiek niveau: de Superga van Milano-Torino, De Madonna di San Luca van de Giro dell’Emilia. Het zijn iconische beklimmingen die al tientallen jaren in de grootste wielerwedstrijden worden opgenomen en veelal de rol van scherprechter vertegenwoordigen. Deze rol speelt de Ghisallo evenals de Redoute al lang niet meer; ze liggen namelijk te ver van de finish om hier al het verschil te maken oftewel het kaf van het koren te scheiden. De Duitsers hebben hier een mooie benaming voor: Vorentscheidung.

Tot het jaar 2019 is de Ghisallo acht maal opgenomen in het parcours van de Giro d’Italia. Ze vierde haar debuut in het jaar 1937 waar de onbekende Italiaan Ezzio Cecchi als eerste boven komt gevolgd door Gino Bartali. In het jaar erop volgend valt wederom de beurt aan een onbekende Italiaan: Giordano Cottur. Bartali trekt het in 1939 en 1949 recht door als eerste op de 754 meter hoge pas aan te komen. De Italiaanse hegemonie wordt in 1967 onderbroken door de Spanjaard Aurelio Gonzalez. Zeven jaar later - in 1976 - wordt de Ghisallo zelfs tweemaal tijdens de zestiende etappe opgenomen. Deze Giro begint met een tragedie. Tijdens de eerste van totaal vier etappes op Sicilië brengt de Spanjaard Juan Manuel Santisteban zijn teamgenoot González na een lekke band terug naar het peloton. Vermoedelijk door de inspanning schat hij een bocht totaal verkeerd in en belandt met zijn hoofd tegen een vangrail. Santisteban overlijdt onderweg naar het ziekenhuis. Het jaar 2006 zou de legendarische beklimming tweemaal worden aangedaan. ‘s Ochtends met een klimtijdrit en ‘s middags zou het Museo di Ghisallo dienst doen als startplaats voor de afsluitende rit naar Milano. De ochtendetappe werd na protest van de renners geschrapt, waardoor slechts de middagetappe naar Milano overeind bleef. In 2019 is het wederom een Italiaan - Dario Cataldo - die als deel van een kopgroep als eerste langs het heiligdom rijdt.
Share by: