# Toerisme en geschiedenis
De op 754 meter boven zeeniveau gelegen kerk - op de top van de Ghisallo - is binnen de wielerwereld beroemd. Ongeveer 1000 jaar geleden werd de kapel gesticht en deed volgens de overlevering dienst als bescherming voor reizigers. Eén van dezen zou graaf Ghisallo zijn geweest die door bandieten met de dood werd bedreigd. In het kerkje zou hij de hulp van de Madonna hebben ingeroepen en ter plaatse door haar zijn verlost. Aldus de naam Madonna del Ghisallo.
Aan het einde van de 19de eeuw - kort na de uitvinding van de fiets - werd het heiligdom van de Ghisallo geregeld aangedaan tijdens allerlei wielerwedstrijden. Na de Tweede Wereldoorlog diende pater Ermelindo Viganò bij Paus Pius XII met de hulp van enkele vooraanstaande wielrenners - waarvan de vrome Gino Bartali er uiteraard één was - een verzoek in om de Madonna del Ghisallo uit te roepen tot officiële beschermheilige der wielrenners; hetgeen in 1949 gebeurde.
Vanaf dat moment lieten veel wielrenners hun relikwieën in het kerkje achter: fietsen, bidons, shirts. Zo vallen onder meer de fietsen van Bartali, Moser, Coppi er te bewonderen. Ook de fiets waarop Fabio Casartelli tijdens de Tour de France van 1995 om het leven kwam staat er tentoongesteld.
Buiten de kerk staan drie bustes tentoongesteld: Bartali, Coppi en Binda alsmede die van eerwaarde Ermelindo en de grafsteen van oud-Giro directeur Vincenzo Torriani.
Door alle wielerrelikwieën in de kapel barstte deze bijna uit zijn voegen en werd er onder aanvoering van die andere Italiaanse wielerlegende - Fiorenzo Magni - begonnen met de aanleg van een museum nabij de Madonna. Op 31 mei 2006, kort nadat het Giro-peloton bij de Madonna del Ghisallo aan de slotetappe naar Milano was begonnen, werd de sluitsteen van het museum gewijd door Paus Benedictus XVI. Deze steen, die te zien is in de centrale hal van het museum, draagt de boodschap "Omnia Vincit Amor" (liefde overwint alles). Op 14 oktober 2006 werd het museum door Magni officieel geopend. De Giro winnaar van 1948, 1951 en 1955 wees in zijn rede erop dat er geen beter denkbare plaats voor het museum te bedenken is. Naast het heiligdom en midden in Lombardia; een wielergekke regio met talloze fietsbedrijven, liefhebbers en koersen.