50: Santuario di Oropa

La Collista numèro 50: Santuario di Oropa
# Beschrijving
Torenhoog staat deze berg op mijn lijst. Geïnspireerd door het helden(epo)s van Marco Pantani in 1999. Zeker ook de klimtijdrit uit de Giro van 2007 (Bruseghin) en bovenal de overwinning van Dumoulin een decennium later in 2017. 

Boven op een berg arriveren dient een beloning te zijn voor de geleden pijn. Toch zijn er tal van beklimmingen waarbij er een extra compensatie wordt gegeven in de vorm van een geweldig uitzicht (Stelvio), een drinkbak met het lekkerste water van Italië (Mortirolo), een desolaat landschap (Etna) of een heiligdom zoals het Santuario di Oropa (zoals er zo veel heiligdommen in Italië boven op de berg zijn gesitueerd).

Gelegen in de Noord-Italiaanse regio Piemonte ligt de redelijk grote stad Biella. Voorheen een belangrijk textiel- en wolcentrum aan de voet van de Piemontese Alpen maar tegenwoordig ligt de stad onder een sluier van vergane glorie. De stad draagt haar naam sinds de negende eeuw, in de periode ervoor heette ze Bugella. Tijdens het buitenrijden van de stad kijk ik uit naar de beklimming, het iconische kerkgebouw en de laatste meters met kasseien geplaveide wegdek.

De eerste kilometer van de beklimming is vrij eenvoudig. Met het vele verkeer is het echter uitkijken geblazen. Plots aan de rechterkant van de weg met nog acht kilometer tot de denkbeeldige streep op de top staat een roze bord. Giro-roze wel te verstaan. De nieuwsgierigheid neemt direct de overhand. Ik houd halt en lees de tekst op het bord. Het blijkt de chilometro di Marco Pantani te zijn. Naast de gemiddelde en maximale stijging voor de komende 1000 meters wordt in het kort het verhaal over il pirata - de winnaar in 1999 - op weg naar het heiligdom beschreven. Vrij vertaald staat er: Oropa herinnert ons allen aan de Piraat aan een dag in mei 1999. Pantani - in het roze gehuld - is de grote favoriet voor de dagzege. Maar door een aflopende ketting staat hij te voet aan het begin van de beklimming. Zijn rivalen versnellen, maar Pantani weet - in eerste instantie met de hulp van zijn ploeggenoten en later solo haalt Pantani - de een na de ander in te halen om vervolgens als eerste over de streep bij het Santuario te komen. 

Overigens zijn er meer borden om de kilometer op weg naar de top geplaatst. Elk met een ander verhaal over een andere Giro. Helaas heb ik ze niet allemaal kunnen ontdekken, maar bieden ze houvast. Voor mijn gevoel wordt de beklimming pas echt zwaar na het uitrijden van de enige tunnel op zo’n zes kilometer van het einde. Het verdere verloop karakteriseert zich door grimmig oplopende delen tot dertien procent, afgewisseld met eenvoudige stroken van vijf procent. De laatste kilometers biedt de col volop zicht op de beboste hellingen van de nabijgelegen bergen. Als de laatste kilometers naderen, kom ik ook dichtbij de remontage van Dumoulin in 2017. Het is op een van de minder steile stukken onder het overhangende geboomte dat de Limburger de ontsnapte Colombiaanse klimkabouter Quintana bijhaalt en hem vervolgens met een stevige demarrage direct in de verdediging drukt. De laatste kilometers zijn namelijk door de meevallende stijging in het voordeel van de tijdrijder uit Maastricht. Een bocht of twee verder breekt het geboomte en kom je met een ruime bocht op de stenen van het Santuario uit. Gelijk aan de vlinder van Maastricht kan ik er een laatste snok aan geven en rij recht op het heiligdom af. Dankbaar voor de beklimming en het prachtige zicht op het heiligdom.
Hoogte: 1200 meter
Afstand: 12,4 kilometer
Hoogteverschil: 773 meter
Gemiddelde stijging: 6,2%
Maximale stijging: 11,2%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
# Toerisme en geschiedenis
Volgens de legende van het Santuario werd een zwart houten beeld van de Maagd Maria - uitgehouwen door Sint Lucas - in Jeruzalem gevonden door Sint Eusebius van Vercelli en in de 4de eeuw na Christus naar Oropa gedragen om daar in een kleine nis in een groot rotsblok te worden geplaatst. Tijdens de Middeleeuwen werd rond de nis een kerk gebouwd dat in de vroege 17de eeuw werd vervangen door wat tegenwoordig bekend staat als de ‘oude basiliek’. Gedurende de volgende twee eeuwen werden verschillende andere gebouwen aan het complex toegevoegd, waaronder de koninklijke appartementen van het Huis van Savoye, een grote bibliotheek en de Koninklijke Poort, een meesterwerk ontworpen door de architect Filippo Juvarra in de 18de eeuw.

De laatste toevoeging aan het heiligdom was de grote basiliek; een monumentale kerk met een 80 meter hoge koepel. Deze werd gebouwd tussen 1885 en 1960 vanwege het grote aantal pelgrims (zo’n 800.000 op jaarbasis) dat Oropa bezocht. 

In 1617 werd het complex van de Sacro Monte di Oropa (letterlijk: heilige berg van Oropa) gebouwd niet ver van het heiligdom. Het is een devotioneel pad dat nu bestaat uit twaalf kapellen (plus nog eens zeven in de buurt) met groepen beelden die scènes vertegenwoordigen uit het verhaal van het leven van de Maagd Maria.

Een nieuw kerkhof werd gebouwd in de buurt van de Sacro Monte in de 19de eeuw, voor adellijke families van het grondgebied van Biella om hun familiegraven te bouwen. Sommige graven hebben vrijmetselaarsymbolen, zoals die van Quintino Sella.

Het standbeeld van de zwarte Madonna is altijd vereerd; verschillende wonderen en beschermingen worden toegeschreven aan de Maagd van Oropa. Volgens de populaire traditie legde de stad Biella een gelofte af tijdens de pest uit de 17de eeuw en werden de inwoners vervolgens gespaard. Naar aanleiding van deze gratie begeeft de stad zich elk jaar naar het heiligdom om de Maagd Maria te bedanken. Men kent het houten beeld een aantal bijzonder opmerkelijke eigenschappen toe. Hoogst opmerkelijk is dat het standbeeld geen houtworm heeft, ondanks haar leeftijd. De voet - die volgens het geloof dient te worden aangeraakt om zo het geluk te ervaren - is niet versleten én stof nestelt zich niet op de gezichten van de Maagd en haar Baby.

Share by: