In 2001 start de Giro met een proloog in Pescara. Grote Italiaanse renners staan er aan de start: Stefano Garzelli (de winnaar van 2000), Gilberto Simoni, Dario Frigo, Danilo di Luca, Ivan Gotti, Wladimir Belli, Francesco Casagrande, Paolo Savoldelli, Marco Pantani en Mario Cipollini geflankeerd door enkele grote buitenlandse coryfeeën zoals Abraham Olano en Jan Ullrich.
Rik Verbrugghe wint de proloog, een 7,6 kilometer korte tijdrit met een gemiddelde van 55 kilometer per uur, hetgeen tot dusverre de snelst verreden tijdrit aller tijden is. De roze trui weet hij tot de vierde etappe te behouden. Dario Frigo is de tweede leider en mag het roze tricot aantrekken na aankomst op de Montevergine, waar Danilo di Luca de etappe wint. Tot aan de 13de etappe rijdt de voor Fassa Bortolo koersende Italiaan in het roze. De dertiende etappe finisht op de legendarische Passo Pordoi. Het is de Trentijn en aangetrouwde neef van Francesco Moser - Gilberto Simoni - die tweede wordt en het roze van zijn landgenoot overneemt. Een voorsprong die teniet wordt gedaan aan het eind van de 20ste etappe van Busto Arsizio naar Arona over 181 kilometer die in beestenweer verreden wordt. Op de flanken van de Mottarone rijdt een ontketende Simoni weg uit de groep der favorieten en komt solo aan in Arone. Diens voorsprong in het algemeen klassement bedraagt nu ruim zeven minuten op zijn de naaste achtervolger - de Spanjaard en ex-wereldkampioen tijdrijden en op de weg - Abraham Olano en die blijkt ruim genoeg om zijn eerste Giro-titel in de wacht te slepen.