De klim naar het op 1732 meter hoogte gelegen Plan di Montecampione bestaat uit twee delen. Het eerste zware deel vanuit het dorp Pian Camuno - gelegen aan het Lago d’Iseo - loopt tot Montecampione. Landschappelijk gezien wordt dit deel gekenmerkt door bospartijen met laag geboomte en akkers. Verderop de helling heeft het geboomte de overhand. Rond het skidorp Montecampione breekt dan een tweetal kilometers van relatieve rust aan. Het zwaarste deel van de klim is het tweede deel tot aan Plan di Montecampione. Hier stijgt het wegdek gemiddeld met negen procent met uitschieters tot twintig procent. Prachtige vergezichten maken het voor de attente klimmer makkelijker.
Hoogte:1732 meter
Afstand: 20,2 kilometer
Hoogteverschil: 1541 meter
Gemiddelde stijging: 7,6%
Maximale stijging: 12%
Moeilijkheidsgraad:
✮✮✮✮✮
# Toerisme en geschiedenis
De kenschetsing ‘Berg der kampioenen’ doelt waarschijnlijk op de wereldkampioenschappen skiën die hier in 1993 plaatsvonden. Het dorp Montecampione bestaat uit twee zones. De eerste zone, Alpiaz (Montecampione), ligt op een hoogte van 1200 meter. Hier zijn de belangrijkste faciliteiten voor het skiën gevestigd zoals: winkels, sporthal, hotels en restaurants. Het op 1700 meter hoogte gelegen Plan di Montecampione is het feitelijke skistation. Vanuit hier kan men dertig kilometer aan skipistes afwerken. Het nabijgelegen Val di Fredo (vallei van de kou/koelte) kent door de immer lagere temperatuur dan die van de nabijgelegen omgeving een microklimaat. Hierdoor vindt men bloemen zoals de Edelweiss op slechts driehonderd meter hoogte.
De Montecampione ligt vlakbij het vierde Alpenmeer van Italië - het Lago d’Iseo. Het meer is ongeveer 60 vierkante kilometer groot. Het diepste punt is ongeveer 250 meter onder de waterspiegel. Het meer is vernoemd naar de stad Iseo en is - evenals de andere grote meren - een toeristische trekpleister in de zomer, maar trekt daarentegen minder bezoekers dan de andere lagi.
# Montecampione in Giro
Het jaar 1998 zou eindelijk het jaar worden van Marco Pantani. Na tal van ongelukken en blessures staat hij namens Mercatone Uno aan de start van de Giro. De Nederlands-Zwitserse renner Alex Zülle leidt tot aan de zeventiende etappe het algemene klassement. Eenmaal in de Dolomieten snelt Pantani in gezelschap van Giuseppe Guerini - dezelfde die een jaar later door een onoplettende fotograferende wielerfan op Alpe d’Huez ten val wordt gebracht - op vijftig kilometer van de aankomst ervandoor. Na de aankomst op de Val Gardena mag ‘il pirata’ zijn eerste roze trui aantrekken. De Rus Tonkov en Zülle staan binnen enkele minuten van de Italiaan. Twee dagen later trekt het Giro-peloton de Montecampione op. De bebrilde Zwitser betaalt de prijs voor het langdurig dragen van de roze trui en geeft uiteindelijk 33 minuten op Pantani toe. Tonkov blijkt op de berg, waar enkele jaren eerder ervoor Bernard Hinault triomfeerde, een stuk taaier. Op vier kilometer van de top hangt de taaie Rus nog steeds in het wiel van Pantani. Maar dan trekt de Piraat zijn neusring eruit. Het signaal van de laatste af te schieten pijl. Een zesde demarrage op een van de steilste stroken en de vogel is gevlogen. Door die laatste krachtsinspanning pakt hij op de finish een minuut op zijn grote rivaal. Een tijdrit op het einde van de koers, waarin de moegestreden Tonkov tijd moet toegeven op de zwakke tijdrijder Pantini, brengt geen verandering in het klassement. Daarmee wint Pantani voor het eerst - en zo zal blijken voor het laatst de Giro. In de zomer wint hij en passant ook nog de Tour de France (le Tour de dopage; Festina affaire). Tot op heden is hij de laatste winnaar van deze imposante dubbel.
# Il mio Plan di Montecampione
Twee uur ‘s middags in de zomer een berg beklimmen. Niet bepaald een slim plan. Doordat ik al enkele dagen aan het fietsen ben, is de vermoeidheid groot. Vanuit de camping gelegen aan de noordelijke boorden van het Lago d’Iseo is het niet ver naar de Montecampione. De eerste steile stroken hakken vakkundig in het spierweefsel van mijn benen. De hele omgeving zucht en puft onder de eerder genoemde hitte. Krekels zagen bijkans hele bomen omver. Het asfalt zindert en zuigt. Het koel getapte water is op thee temperatuur aan het komen. ‘Waarom doe ik mezelf dit aan,’ is een regelmatig opkomende gedachte. Denkend aan een koud biertje, te nuttigen op een stoel met de voeten in het koele Iseo water, doet me nog meer twijfelen. En dan sta ik stil. Ik hijg en probeer de hitte uit mijn longen te ademen. Even later rijd ik dan toch weer verder. Hoe hoger ik kom des te beschutter de weg en des te aangenamer de temperatuur. Ik arriveer in Montecampione en overweeg een duik in het meer te nemen. Tot het moment van schrijven van dit stuk was ik er me niet van bewust dat de weg doorloopt. In mijn toenmalige beleving was ik er al. Had ik destijds geweten dat er nog vijfhonderd hoogtemeters waren af te leggen, dan was ik hoe dan ook omgedraaid. Recht naar meer, bier en stoel. Maar vooral koelte.