# Etna in Giro
De 50ste Ronde van Italië gaat op 20 mei 1967 van start in Treviglio - een stad ten oosten van Milaan. Een Giro d’Italia waar een veelbelovende jonge Belg zijn opwachting in een grote ronde maakt. Voor het grote publiek en vooral voor Merckx zelf is het nog onbekend wat hij kan in het grote rondewerk. Eendagskoersen ja. Al tweemaal Milano - San Remo op zijn erelijst. Dit jaar de tweede van uiteindelijk zeven Primavera overwinningen. Vanuit retro wielerperspectief zal dit de laatste grote ronde worden die de komende jaren niet door de Kannibaal geregeerd zal gaan worden. In 1967 is het derhalve onlogisch om Merckx tot de rij kanshebbers op de eindzege te rekenen. Deze rollen zijn eerder weggelegd voor de ex-Giro-winnaars Jacques Anquetil (1960 en 1964), Vittorio Adorni (1965), Franco Balmamion (1962 en 1963) en de uittredende winnaar Gianni Motta. Andere kanshebbers zijn Lucien Aimar (Tour 1966), Roger Pingeon (Tour 1967) en Felice Gimondi (Tourwinnaar tijdens zijn grote ronde debuut in 1965).
Terug naar de start van de Corsa Rosa. Giro-directeur Torriani had plannen voor een nachtelijke race door de verlichte straten van Milano. Helaas werden zijn plannen gedwarsboomd door anti-Vietnam protestanten die de straten van de hoofdstad van Lombardia bezet hielden. Daarom werd de finishlijn in het 135 kilometer verderop gelegen Alessandria getrokken en gewoon overdag gereden. Het is overigens één van de vele korte etappes in deze Giro die met een lengte van 3572 kilometer de kortste sinds 1960 is en kwam lengte dichtbij de moderne Giri komt.
Na vijf etappes met de Italiaan Michele Dancelli in de roze leiderstrui verlaat het peloton het vasteland van Italië om voor twee dagen wiel te zetten op Sicilië. De eerste beproeving op het grootste eiland van Italië is een 63 kilometer lange tijdrit die wordt gewonnen door de de Duitser Rudi Altig. In de tweede etappe met start in Catania maakt de Etna voor het eerst opwachting in de Giro. Om wat voor reden dan ook - de Giro is immers vaker gast geweest op het eiland - is de hoogste vulkaan van Sicilië nimmer in de Ronde opgenomen. Vermoedelijk heeft de recente asfaltering van de SP 92 een rol gespeeld door Mongibello (berg der bergen; bijnaam Etna) in etappe 7 op te nemen én zelfs bovenop bij het Crateri Silvestri te finishen. Tijdens de beklimming van de Etna breekt het peloton al snel in stukken en brokken. Een groep met favorieten blijft lang bij elkaar op de steile en zware helling. In de laatste kilometer ontsnapt de snelle klimmer en aankomer Franco Bitossi om als eerste op de Etna te winnen. Twintig seconden na hem arriveert de groep der favorieten. Dancelli behoudt de roze trui.
Hoofdrolspeler van deze dag Franco Bitossi wordt in 1940 nabij Firenze geboren. Na een lange en succesvolle amateurperiode wordt hij in de Giro dell’Emilia van 1961 professional. Kort erop tijdens de voormalige wedstrijd Tre giorni del sud wint hij een van de etappes. In 1962 echter gaat een groot deel van zijn seizoen verloren door hartproblemen. In een interview zegt hij het volgende hierover: “Ik wist het zelfs toen ik amateur was. Ik dacht zelfs dat ik nooit een professional zou worden. Toch had ik een geweldig 1961. Ik had dat jaar niet echt last van mijn hartproblemen, dus besloot ik om een prof te worden. Maar ik wist dat dit een probleem kon zijn in de professionele wereld. Zolang je een amateur bent, kan een teamcoach 'een oogje dichtknijpen'. Maar in de professionele wereld is het anders. Wat moet een teamcoach denken als je tijdens een race stopt aan de kant van de weg en wacht?” Dit geregeld wachten aan de kant van de weg tot zijn hartproblemen over waren leverde hem de twijfelachtige bijnaam il cuore matto (het Gekke Hart) op.
In 1963 pikt Bitossi de draad weer op maar tot grote successen leidt het niet. Weliswaar maakt hij zijn debuut in de Ronde van Italië als knecht van oud-winnaar Gastone Nencini. In 1964 maakt Bitossi pas echt naam en faam. Hij wint de bergtrui alsmede vier etappes in deze Giro waaronder de ‘klassieker’ Cuneo-Pinerolo (overigens niet over het parcours van de legendarische overwinning van Coppi in 1949). Tijdens deze etappe moet Bitossi wel weer van de fiets wegens zijn cuore matto.
Bitossi stop met wielrennen in 1978. Tijdens zijn carrière wint hij twintig etappes in de Giro en vier in de Tour. Hij wordt driemaal opeenvolgend tot bergkoning gekroond en verovert tweemaal de paarse puntentrui voor de beste sprinter. Deze titel krijgt hij eveneens in de Tour van 1968. Saillant detail is dat de traditionele groene trui eenmalig een rood exemplaar is. Het kenmerkt Bitossi dat hij naast een uitstekende klimmer ook een goede aankomer is geweest. Deze eigenschappen leveren hem ook tweemaal eindwinst in de Giro di Lombardia (Ronde van Lombardije) op alsmede talloze (om en nabij de honderd) dagoverwinningen - verdeeld over etappezeges en eindoverwinningen in de grote als ook kleinere rondes zoals de Tirreno-Adriatico en de Ronde van Zwitserland.
Het snel bovenop kunnen aankomen laat hij dus zien op de Etna in de Giro van 1967. Uiteindelijk zal hij op een verdienstelijke vijftiende plek eindigen in Milaan. Het vervolg van deze Giro leidt tot een tweestrijd tussen Anquetil en Gimondi. Laatstgenoemde zal uiteindelijk zijn eerste overwinning in de Giro pakken doordat hij over meer medestanders beschikt dan zijn Franse tegenstrever (en mogelijk makkelijker geld kan uitgeven?). Een moegestreden Anquetil eindigt na Balmamion op de derde plaats. De Giro van ‘67 is tevens zijn allerlaatste grote ronde. Zijn imposante loopbaan zit er bijna op met onder meer eindzeges in de Giro-Tour-Vuelta. Gimondi zal naast zijn eerdere overwinning in de Tour van 1965 ook de Vuelta van 1968 winnen. Hiermee is Gimondi Anquetils troonopvolger met eindoverwinningen in de drie grote rondes.
Bron
interview Franco Bitossi door Valeria Paoletti op Bikeracinfo