60: Le Tolfe

La Collista numèro 60: le Tolfe
# Beschrijving
Komende vanuit het oostelijk van Siena gelegen stadje Pianella over de Strada Provinciale 48 passeer je eerst enkele kleine dorpjes zoals Bolgione alvorens je het gevoel krijgt Siena binnen te rijden. Direct na een hoge stenen muur aan de rechterkant en vlak voor de bebouwing scherp rechtsaf slaan. Wees voorbereid op je versnellingskeuze, want de weg loopt hier onverwacht en redelijk steil omhoog. Boven op splitst de weg zich. Links vervolgt de verharde weg zich. Rechtsaf de gevaarlijke en onverharde afdaling van le Tolfe. Deze lijkt enigszins op een Limburgse holle weg getuige de aan beide zijden van de weg oplopende en beboste korte helling. Eenmaal beneden bij een bruggetje houdt de bebossing op en kom je op een open stuk waar het zomers ontzettend heet is. De gevreesde kuitenbijter van Le Tolfe doemt als een Keutenberg recht voor je op. Nog even kan je profiteren van je daalsnelheid, maar dan is het gedaan met de verkoeling. Terugschakelen van het grote mes naar een piel-verzet. Tot aan de enige bocht op de helling zal de hellingsgraad van vijftien procent alsmede de zomerse hitte je parten spelen. Daarna blijft slechts de pijn van de steile helling over. Zowel links als rechts van de kiezelweg staan bomen die voor enige verkoeling van het oververhitte lichaam zullen zorgen. De tweede bocht nabij het kerkje - het Chiesa di San Paterniano a le Tolfe - brengt een bijbelse verlichting op de bovenbeenspieren. Vanaf hier is het op naar Siena over afwisselend verharde en onverharde wegen met hier en daar nog een smerige steile uitloper.
Hoogte: 350 meter
Afstand: 3,49 kilometer
Hoogteverschil: 108 meter
Gemiddelde stijging: ...%
Maximale stijging: 21,6%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
# Toerisme en geschiedenis
In het historische en centraal in Italië gelegen Toscane zijn er zeer veel bekende en beroemde plekken. In de directe nabijheid van het parcours van de Strade Bianche zijn er vier van grote importantie. Het betreft hier de wijngebieden van Montalcino en Chianti, streek Crete Senesi en Siena.

Om met de wijn te beginnen. Eén van de beste Italiaanse wijnen komt uit het zuid-Toscaanse Montalcino. De Brunello di Montalcino staat hoog op de ranglijst. De Brunello bestaat voor honderd procent uit Sangiovese - de beroemde Italiaanse druif. Ten noorden van Montalcino en in het hart van Toscane ligt de heuvelachtige Chianti-streek waar de Chianti Classico en de Chianti Classico Riserva vandaan komen. Ook deze wijn wordt gemaakt van Sangiovese. Enige verschil met de Brunello is dat deze wijn uit 85% Sangiovese moet bestaan. Belangrijk uiterlijk kenmerk op de fles is de zwarte haan die de etiketten van de Chianti Classico en Riserva siert. Deze gallo nero speelt een belangrijke rol in de (voormalige) rivaliteit tussen Siena en Firenze (Florence). Regelmatig vonden er veldslagen plaats op de grenzen van de steden te duiden. Op een zeker moment vond men het welletjes. Men sprak af dat tegelijkertijd in Siena als in Firenze een zwarte haan losgelaten. Het punt waar deze dieren elkaar zouden treffen, zou vanaf dat moment als de officiële grens gelden. De bevolking uit Siena legde hun haan flink in de watten. De Firenzers hielden hun zwarte trots hongerig. Deze ging ‘s ochtend toen het uur u daar was, snel op zoek naar voedsel en reikte verder dan de haan uit Siena. Dat maakt tot op de dag van heden het gebied van Firenze, door de hongerige zwarte haan, stukken groter dan van het concurrerende Siena.

Siena is van oorsprong een Etruskische nederzetting boven op een heuvel gesitueerd - zoals zo veel Italiaanse steden ter verdediging hoog liggen. Sinds 1995 staat de historische binnenstad van Siena op de werelderfgoedlijst van Unesco. Siena bestaat uit 17 contrade (stadswijken). Elke contrada heeft haar eigen naam, vaandel en kerk. Deze doen jaarlijks mee met de Palio; een paardenrace die sinds 1287 gehouden wordt op het Piazza del Campo (plein van de strijd). De race vindt tweemaal per jaar plaats: op 2 juli (Palio di Provenzano) en op 16 augustus (Palio dell'Assunta).

In het inferno arriveert Dante met zijn gids, de Romeinse dichter Virgilius, na een lange afdaling bij de onderste ring van de hel. Hier ontwaart hij de torens van het vestingstadje Monteriggioni. Deze torens vergelijkt hij met reuzen die uit de hellepoel omhoog steken. Als Dante de auteur van LaCollista Roberto Delvecchio was gevolgd, had hij met beide ogen kunnen constateren dat Monteriggioni slechts een voorpost voor het ware inferno is. De echte hel begint ten zuiden van het stadje; de Crete Senesi. Een verlaten poel des doods. Achtergelaten door haar bewoners, gevlucht voor de vereenzaming en isolement. Het is een vreemde plek ten zuiden van Siena. Mooi van lelijkheid of desgewenst lelijk van mooiheid. Rollende heuvels gelijk aan hoge golven van donkere omgeploegde aarde. Op zichzelf niet zo’n vreemde gedachte, omdat 5 tot 2,5 miljoen jaar geleden dit de bodem van de zee was. Een slingerende weg kronkelt zich als een duivelse slang naar het dieptepunt van de hel, het krijtstadje Monte Oliveto, een plek waar de Benedictijnen zich in vroegere tijden terugtrokken. 
# Le Tolfe in Strade Bianche
In tegenstelling tot het grootste deel van de bergen van de LaCollista-lijst is Le Tolfe nimmer in het parcours van de Giro d’Italia opgenomen. De korte beklimming vertolkt echter een zeer prominente rol in één van de belangrijkste klassiekers van Italië: de Strade Bianche. Om deze reden is Le Tolfe alsmede andere scherprechters in de voornaamste Italiaanse eendagsklassiekers zoals de Cipressa/Poggio (Milano-San Remo), Santuario Madonna di San Luca (Emilia), Basilico di Superga (Milano-Torino) en de Madonna del Ghisallo opgenomen in ‘de 100 van LaCollista’.

Le Strade Bianche - de witte wegen - kent vergeleken met de andere klassiekers nog nauwelijks historie. In 2007 is de Monte Paschi Eroica gestart en is vernoemd naar de oudste bank ter wereld: Banca Monte dei Paschi di Siena. Vanaf 2009 volgt een naamswijziging in Monte Paschi Strade Bianche en sinds 2012 gaat men verder zonder de toevoeging van Monte Paschi. Opmerkelijk gegeven is dat deze koers is afgeleid van een toertocht (en daarmee uniek in de wielerwereld): l’Eroica. Deze tocht bestaat sinds 1997 (en wordt eveneens rondom Siena georganiseerd), waarbij alle deelnemers met retro fietsen en dito kleding verplicht dienen rond te rijden. Slechts de valhelm behoort van moderne makelij te zijn. Overeenkomstig met de wedstrijd voor de profs is dat deze deels over de onverharde strade bianche rondom Siena wordt verreden. 

De finish van de Strade Bianche vindt sinds het begin plaats op het beroemdste plein van de Toscaanse stad Siena - het Piazza del Campo. Dit indrukwekkende ontvangst - na een korte doch venijnige beklimming over Toscaanse kasseien - tezamen met het uitdagende, heuvelachtige en deels onverharde parcours zorgen ervoor dat deze nog jonge koers zeer geliefd is bij de toeschouwers én renners getuige het altijd zeer sterke deelnemersveld.

De Strade Bianche kent ondanks de korte geschiedenis enkele grote winnaars: de Zwitser Fabian Cancellara staat met drie overwinningen boven aan de lijst. Maar ook veelwinnaars zoals de Belg Philippe Gilbert (in zijn machtige jaar 2011 waarin hij ook andere klassiekers zoals de Brabantse Pijl, Amstel Gold Race, Waalse Pijl, Luik Bastenaken Luik en de Ronde van Lombardije won) en de Pool Michal Kwiatkowski. Slechts eenmaal - in 2013 - won een Italiaan de koers: Moreno Moser. Neef van de legendarische Francesco Moser.

In maart 2012 wordt de koers onder aangename temperaturen en onder een flauwe voorjaarszon verreden. Een groep onder aanvoering van de Toscaan Daniele Bennati stormt met nog dertien kilometer voor de finish in Siena op de laatste onverharde strook van de dag af. Le Tolfe. In deze groep zitten onder meer oud-winnaars Fabian Cancellara (ploegmaat van Bennati) en Maxim Iglinsky. Ook andere kleppers zoals Greg Van Avermaet, Allesandro Ballan, Roman Kreuziger, Oscar Gatto, Vincenzo Nibali, Giovanni Visconti bevolken de groep. 

Bij het aansnijden van de scherpe bocht vlak voor de laatste onverharde strook van Le Tolfe, demarreert Van Avermaet van kop af en kiest het ruime sop. Ploeggenoot Ballan die in tweede positie rijdt, houdt slim even in, waardoor Cancellara direct op een gat zit. Vol overgave duiken de renners naar beneden over de losse stenen. Een stuurfout en je ligt in de bosjes. Eenmaal het bruggetje over begint de klim van Le Tolfe. Van Avermaet behoudt - staand op de pedalen op de zware en steile stroken - nog steeds voorsprong op de achtervolgende Zwitser. Met nog een twintigtal meter te gaan zet Cancellara - in zijn kenmerkende op het zadel zittende houding - vol aan en laat de Belg spartelend op het Toscaanse grind achter. Ploeggenoot Ballan tracht zijn karretje bij de Beer uit Bern aan te hangen maar mist sleepkabel. Op de top bij het kerkje wordt de voorsprong tien meter, twintig meter en snel honderd meter. De Zwitserse vogel is gevlogen en partito. Voor een superbe tijdrijder als Cancellara is het geen probleem om zijn voorsprong gestaag verder uit te bouwen. Eenmaal op de klim naar het Piazza del Campo over de grove en gecultiveerde kasseien (niet met die van Roubaix te vergelijken) kan de Zwitserse tempobeul het zichzelf permitteren het ‘rustig’ aan te doen en wint met een kleine minuut voorsprong op Iglinksy en Gatto voor de tweede maal de hel van het zuiden.
Share by: