34: passo dello Stelvio

La Collista numèro 34: Passo dello Stelvio
# Beschrijving
Als er een berg in Italië koning der bergen genoemd mag worden, is het wel de passo dello Stelvio (in het Duits: Stilfserjoch). Vanwege de duizelingwekkende hoogte, de talloze gevechten in de Giro d'Italia, het aantal beklimmingen, de massa wielertoeristen die het trekt. De passo dello Stelvio is de hoogste pas van Italië en na de col de l'Iseran in Frankrijk (12 meter hoger) de hoogste pas van het Europese vasteland, alhoewel de toeristenlus over de Col de la Bonette officieel weer hoger is. Aangezien dit geen officiële pas is (deze ligt namelijk 100 meter lager) mag de Iseran voor Europa's hoogste doorgaan.

Drie beklimmingen telt de Stelvio: vanuit Bormio, Prato allo Stelvio en Zwitserland (de Umbrailpas) die een kilometer voor de top aansluit op de beklimming vanuit Bormio. Ik neem slechts de eerste twee zijdes op, alhoewel de Umbrail in 2017 door het beroemde poep-incident van Tom Dumoulin een plaats in de eregalerij der Nederlandse sportmomenten heeft gekregen.

Vanuit Prato - de klassieke zijde - loopt de beklimming het eerste deel langs een rivier. Als de weg deze oversteekt begint de eigenlijke beklimming. Je hebt geregeld uitzicht op de met sneeuw bedekte toppen en gletsjer van het parco nazionale dello Stelvio / Ortlermassief. De eerste kilometers leg je deels door naaldbos af. Vanaf dit moment krijgen de benen nimmer rust of het moet in één van de 48 haarspeldbochten zijn die deze route omhoog doen krullen. Het stijgingspercentage schommelt continu tussen de acht en negen procent. De laatste tien kilometer gaan door alpenweide. Dit laatste stuk is vanaf de top prachtig op de gevoelige plaat te leggen.

De beklimming vanuit Bormio is een lange, zeer lange weg door het dal geflankeerd door hoog oprijzend gebergte. In het eerste deel schommelen de stijgingspercentages behoorlijk. Redelijk wat momenten om op adem te komen en de benen wat los te gooien. Een aantal galeria (half en geheel overdekte tunnels) sieren dit eerste deel. Het tweede deel - gelijk een knikkerbaan, gezien de vele haarspeldbochten en dat de weg tegen een muur op lijkt te zijn aangelegd - is het deel waar veel hoogtemeters gewonnen worden. Voorbij de turbines van de waterelektriciteitscentrale en het casa cantoniera dello Stelvio (tolhuis) kom je in het gebied van de alpenweides, vlakt de weg af en daalt zelfs een stuk. Voor diegene met voorkeur om het grote mes te hanteren - dit is je kans! Daarna slingert de weg met enkele steile stroken en u-bochten naar de top. De ijle lucht en de vermoeidheid zal menigeen in de benen slaan. In de verte zie je de huizen en hotels van de top. Je passeert de afslag naar de Umbrail/Zwitserland; het moment van verlossing is naderbij. 
Vanuit Prato allo Stelvio
Hoogte: 2758 meter
Afstand: 24,6 kilometer
Hoogteverschil: 1837 meter
Gemiddelde stijging: 7,5%
Maximale stijging: 12,%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮
Passo delle Stelvio da Prato

Vanuit Bormio
Hoogte: 2758 meter
Afstand: 21,2 kilometer
Hoogteverschil: 1557 meter
Gemiddelde stijging: 7,3%
Maximale stijging: 13,6%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮
Passo delle Stelvio da Bormio
# Toerisme en geschiedenis
De Stelvio ligt in de Ortler Alpen - door sommige de centrale Alpen genoemd - met als hoogste punt de Monte Cevedale met de top op 3778 meter. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd in deze omgeving én met name hoog in de bergen gevochten tussen de Italiaanse en Oostenrijkse legers. Rond de hoge toppen van het Ortler massief zijn tal van sporen uit dit oorlogsverleden terug te vinden: prikkeldraad, wapens, loopgraven. De Stelvio maakt eveneens deel uit van één van de oudste nationale parken van Europa - il parco nazionale dello Stelvio - waar onder meer gemzen, steenarenden, marmotten en hermelijnen leven.

In 1822 werd op gezag van Oostenrijk en onder leiding van Donegani begonnen met de aanleg van de weg over de pas. Het Oostenrijks gezag zag drie jaar later in de realisatie van de pas een belangrijke doorvoerroute van Milaan naar Wenen ontstaan. Tot in 1915 werd de pas sneeuwvrij gehouden. Na de Eerste Wereldoorlog was de pas geheel in Italiaanse handen en verviel de prioriteit om het sneeuwvrij te houden. Wintersport ontstond in de tweede helft van de vorige eeuw.

Bormio - aan de voet van de Stelvio in het zuidwesten - is een Middeleeuwse stad en vormt een kruispunt tussen belangrijke passen (Stelvio, Gavia en de Foscagno naar het belastingvrije Livigno). Al in de eerste eeuw is er sprake van termaalbaden (terme di Bormio) in deze regio. Nog steeds wordt er, naast wintersport, veel gebruik van gemaakt.
# Passo dello Stelvio in Giro
Een merkwaardig gegeven doet zich voor. In mijn inleiding schrijf ik over 'talloze passages' in de Giro. In werkelijkheid blijkt de Stelvio tot 2018 slechts dertien maal in het parcours te zijn opgenomen, maar slechts elf keer passeert of finisht het peloton op de hoogste pas van Italië. Twee maal kan de Stelvio vanwege slecht weer in mei niet doorgaan. Dit is tegelijkertijd de reden van de weinige beklimmingen. De finishlijn is vier maal bovenop de Stelvio getrokken. De winnaars spreken behalve de Spanjaard Fuente nauwelijks tot de verbeelding (Battistini ('65), Fuente ('72), Galdos ('75) en De Gendt ('12). 

De Giro van 2005 start in de teen van Italië in Reggio di Calabria. Het is de eerste grote ronde onder de nieuwe vlag van de Protour waardoor alle 20 teams startplicht hebben. De grote kanshebbers zijn echter vanuit de Laars afkomstig: Basso, Savoldelli, Di Luca, Simoni. Het parcours zal via de laars omhoog lopen en de laatste anderhalve week de Alpen aandoen met daarin afschrikwekkende bergen als de Stelvio en de deels onverharde colle delle Finestre. Ook dient er bijna 80 kilometer tegen de klok te worden gereden. Terwijl de Australiër Brett Lancaster de proloog in het donker wint, neemt de flamboyante Italiaan Mario Cipollini afscheid in een geheel smetteloos roze tijdritpak met daarop de 42 Italiaanse plaatsnamen waar hij overwinningen in de Giro boekte. De dagen erop pakt Paolo Bettini het roze om het in l'Aquila aan de lokale held Danilo di Luca over te dragen. De voor het CSC van Bjarne Riis rijdende Italiaan Ivan Basso maakt al de hele ronde indruk door sterk en attent te rijden. In de etappe naar Zoldo Alto moet hij landgenoot Savoldelli voor laten gaan, maar mag de komende dagen met enkele tellen voorsprong op dezelfde Savoldelli de roze trui aantrekken. De veertiende etappe - met 'il falco' Savoldelli inmiddels en merkwaardig genoeg op een minuutje voorsprong op Basso in de roze trui - leidt de renners van Egna over 218 kilometer over onder meer de Stelvio naar Livigno. Al bij de eerste hellende meters van de Stelvio blijkt het over en uit te zijn met Basso. De vele volgers zijn verbaasd over de totale ineenstorting van de tot nu toe soeverein rijdende Italiaan. Al snel doen geruchten met betrekking tot doping de ronde bij de vele volgers. Gegangmaakt door een ploeggenoot beklimt de Varenees de Stelvio. Boven op de pas stopt hij. Ploegleider en vertrouwensman Bjarni Riis stapt uit en doet de verkleumde Italiaan eigenhandig een jasje aan. Basso zal achttien minuten later dan winnaar Rujano over de finish komen. Zijn klassement zit erop. De ploeg zal bekendmaken dat hij problemen met zijn maag-darmstelsel had. Wel wint hij twee opeenvolgende etappes op onnavolgbare wijze alvorens de Giro te verlaten en zich te richten op de strijd met Lance Armstrong in de Tour de France dat jaar. Paolo Savoldelli dreigt op de één na laatste dag over de Finestre zijn eindoverwinning uit handen te moeten geven. Een geweldige en waanzinnige afdaling én bondgenoten op weg naar de finish in Sestrière zorgen ervoor dat hij 28 seconden overhoudt op nummer twee - brombeer Simoni - om in Milaan het laatste roze te mogen aantrekken. 
# Lo mio passo dello Stelvio
In juli 2007 ga ik met Cycletours naar de 'oostelijke Dolomieten' wat feitelijk gezien een onzinnaam is. Op de tweede dag staat de Stelvio al op het menu. De eerste dag was direct al belachelijk zwaar geweest met beklimming van de Pennes, Giovo en finish in één of ander bergdorp na een zware beklimming door een bos. De benen waren nog in het zuur als ik vanuit Prato aan mijn 25 martelkilometers mag gaan beginnen. Halverwege is het echter over en draai mijn karretje om en daal af naar het hotel. De volgende dagen maken we een rondrit via Zwitserland om op de één na laatste dag de Koninginnenetappe te rijden: de Gavia en de Stelvio. Ik rijd dat jaar met een dubbel - heb de indruk prof te willen zijn en dan rijd je niet met een tripel. Hoe dom was ik! Na de Gavia begin ik in het zog van een jongere fietsmaat de lange weg naar de top. Mijn slapie voor die dagen was al veel eerder uit het zicht verdwenen. Over de weg geflankeerd door de steile wanden hijs ik mezelf naar de knikkerbaan. Alle fut is er inmiddels uit. Gelukkig biedt het stuk na de haarspeldbochtenknikkerbaan rust. Zelfs even beetje dalen. In de verte zie ik de top. Het laatste stuk is bijna hels. IJle lucht, stijgingspercentages tegen de tien procent en ik worstel me naar de top. Gerben - mijn al eerder genoemde slapie - is dan al een tijdje boven. Met een groep dalen we af. Nu voel ik me koning en keizer. Spoedig daal ik de hele groep voorbij, uit het wiel en kom paar minuten eerder bij het hotel aan. Het jaar erop zal ik terugkeren met een straffe expeditie: in één dag de Gavia, Stelvio en Mortirolo afleggen. Dan heb ik verstandigerwijs de dubbel voor een compact vervangen. 
Share by: