# Passo della Cisa in Giro
In de sport in het algemeen en in het wielrennen in het bijzonder schijnt het licht der aandacht gewoontegetrouw op de winnaars. Slechts een enkele keer doen opmerkelijke wapenfeiten de spotlampen van de winnaars verplaatsen. Zoals die ene keer dat een vrouw aan de Giro d’Italia kon deelnemen - Alfonsina Strada-Morini - in 1924. Of de strijd om de zwarte trui - la maglia nera - die de laatste plaats in het klassement vertegenwoordigde. In 1946 en 1947 was deze strijd welhaast spannender dan die om de roze trui. Een strijd die tot tweemaal toe in het voordeel van Luigi Malabrocca werd beslist.
Op welke coureurs schijnt het licht op de Cisa; een col die in de annalen van la Corsa Rosa nooit een grote rol van betekenis heeft gespeeld. Toch is het een van de meest genomen noordelijke Apennijnen passen in de geschiedenis van de Italiaanse Ronde. Met negen doorkomsten staat de Cisa na de Bracco, Abetone en de Muraglione op de vierde plaats van doorkomsten in dit gebied. Wie waren de eerste doorkomelingen en wat is hun verhaal? Opmerkelijke feiten en weetjes na een kort onderzoek op het net.
1948: Ezio Cecchi
1960: Michele Gismondi
1963: Giorgio Zancanaro
1966: Graziano Battistini
1973: Ottavio Crepaldi
1977: Faustino Fernandez
1981: Luciano Rui
1988: Stefano Giuliani
1999: Paolo Bettini
Paolo Bettini zal de enige coureur van naam en faam zijn op dit lijstje die de wenkbrauwen zal doen fronsen. Wereldkampioen (2006 en 2007), Olympisch kampioen (2004) en winnaar van grote klassiekers zoals Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik én de Ronde van Lombardije. Wie zijn die andere coureurs?
Ezio Cecchi (Monsummano Terme: 1913-1984) was verre van een krabber. Twee keer eindigt hij als tweede in het eindklassement van de Giro. De eerste keer in 1935 en de tweede keer in 1948 (achter Magni na terugtrekken van Fausto Coppi). Slechts één overwinning staat op zijn naam: de Coppa Catarzi in 1946. Lucas Bezembinder schrijft een mooi stuk over deze Cecchi (
link).
Michele Gismondi (Montegranaro: 1931-2013) wint uitsluitend in Italië. Drie keer komt hij als eerste over de streep in de ter ziele gegane semi-klassieker Roma-Napoli-Roma. In 1959 schrijft hij de Coppa Agostoni op zijn naam. In de Giro wint hij in 1953 een ploegentijdrit. Zijn hoogste notering in het eindklassement dateert uit 1955 met een dertiende plaats.
Giorgio Zancanaro (San Michele: 1940) wordt in de Giro van 1963 derde achter Balmamion en Adorni en wint datzelfde jaar de negende etappe met doorkomst op de Cisa!
Graziano Battistini (Fosdinovo: 1936-1994) verzamelt tijdens zijn carrière tal van ereplaatsen. Zijn grootste overwinningen behaalt hij in de Giri van 1962 en 1965. Daarvoor heeft hij al twee keer gewonnen in de Ronde van Frankrijk van 1960. Rijdend in het beroemde shirt van Legnano wint hij in de omgeving van de Cisa de rit naar Sestri Levante, draagt vervolgens vier dagen de roze trui en wordt achtste in het eindklassement (een plek lager dan in 1959). Deze prestatie staat echter in de schaduw van zijn tweede plek in de Tour van 1960, waar hij op vijf minuten van landgenoot Gastone Nencini Parijs haalt. Ander opmerkelijk detail is dat zijn geboorteplaats Fosdinovo op nog geen uur rijden is van de Cisa. Een thuiswedstrijd aldus.
Ottavio Crepaldi (Taglio di Po: 1945-heden) heeft weinig gewonnen in zijn elf jaar durende carrière. Op zijn erelijst prijken zes overwinningen onder meer in de rondes van Zwitserland en Catalonië. In het jaar dat hij als eerste over de Cisa komt - de zeventiende etappe van Forte dei Marmi naar Verona over 244 kilometer - valt hij tijdens de negentiende etappe uit.
Faustino Fernandez (El Berron: 1953-heden) is de enige niet-Italiaan die de Cisa als eerste weet te bedwingen. Met zijn Italiaanse voornaam rijdt de Spanjaard slechts vijf jaar in het peloton. Het jaar 1977 is ver uit zijn meest succesvolle. Hij eindigt op de 31ste plaats op ruim drie kwartier achterstand van de winnaar Michel Pollentier. Des te opmerkelijk is zijn overwinning in het bergklassement van deze Giro. Een ruime voorsprong van 200 punten op de nummer twee Ueli Sutter.
Luciano Rui (Vittorio Veneto: 1958-heden) is eveneens kort te bewonderen in de rangen der broodrenners. Tijdens de Giro van 1981 laat hij tijdens de veertiende etappe van Montecatini naar Salsomaggiore over 224 kilometer van zich horen door de Cisa als eerste te nemen en als vijfde en laatste van de kopgroep te finishen. Dat doet hij overigens in ‘schoon’ gezelschap van Moser en Battaglin.
Stefano Giuliani (Castilenti: 1958-heden) beleeft in de jaren 1988 en 1989 zijn hoogtepunten tijdens zijn tienjarige profloopbaan. Hij wint in deze jaren telkens een etappe in de Giro en wordt ook tweede in het eindklassement van de bergkoning achter de Amerikaan Andrew Hampsten die tevens de roze trui verovert. Het is de Giro van de beruchte etappe over de Gavia die in apocalyptische omstandigheden wordt verreden (winnaar Breukink). Giuliani wint vijf dagen na deze rit de etappe met doorkomsten over onder meer de Duran, Cibiana en Mauria. De doorkomst over de Passo della Cisa ligt dan al meer dan tien dagen achter hem.