68: San Pellegrino in Alpe

La Collista numèro 68: San Pellegrino in Alpe
# Beschrijving
“it’s like climbing Alpe d’Huez only to find they have stuck the Mur de Huy on top of it”. (Simon Warren in ‘100 greatest climbs of Italy’.)

‘I’m on the highway to hell!’ Bon Scotts karakteristieke stem resoneert in de muzikale krochten van mijn gedachten als ik me in de laatste drie loodzware kilometers voor het dorp San Pellegrino bevindt. Spoedig hoop ik de top alsmede de voltooiing van de twaalftal beklimmingen die Toscane op LaCollista telt hoop te bereiken. Voor me doemt wederom een muur op. Benen op ontploffen. Rug op kraken. Mentaal kraken? 

Na het buitenrijden van Pieve Fosciana is de Passo di Pradaccio - zoals de beklimming officieel heet - direct zwaar. Negen kilometer lang met een gemiddelde van exact 8,8%! Zoals mijn oma altijd zei: ‘dat is niet gepiest maar toch nat!’ Een extra zwaartegraad betreft de vele gevallen bladeren die zich bijkans aan mijn wiel vasthechten en zich klem zetten onder voor dan wel achtervork. Ik beeld me in dat deze extra wrijvingsweerstand me minimaal tien watt kost. Flauwekul natuurlijk maar het houdt de gedachte in stand afleiding. Plots moet ik denken aan Tim Krabbe in het weergaloze boek ‘De Renner’, waarin hij de zwaarte van de Mont Ventoux tracht uit te leggen middels het uitrekenen van een moeilijke som waarbij de getallen je achterhoofd uitrollen. Opvallend is naast de vele platgereden kastanjes het aantal platgewalste knaagdieren die het in redelijk goede staat verkerende wegdek infernoliseren. 

Na de eerste negen kilometer geraken mijn benen zich in standje oververmoeid. Op vijf kilometer van de top bevindt zich een korte afdaling. Even een moment van ontspanning en loslaten. Aan de linkerkant enkele huizen die rechtstreeks uit het voormalig Oostblok lijken te zijn overgezet. Tezamen met de almaar dichter worden bewolking en een toenemende stijging van het wegdek vormen zij een indicatie op wat komen gaat. De ruime bocht naar rechts die in het uitzichtloze lijkt te verdwijnen vormt de ouverture van de weg naar de hel. Negen procent. Tien procent. Elf procent. Het grote voordeel van het rijden in de dubbele percentages is dat het aantal overwinnen hoogtemeters voorbij vliegen als een straaljager met een missie. Alhoewel de eerder genoten tien tot twaalf procenten verhoudingsgewijs redelijk worden verteerd is vijftien procent of hoger andere koek. Met mijn ruime tachtig kilogram heb ik eigenlijk niets te zoeken op dit soort hellingen. Het is zeuren, zoeken, hangen en vooral wurgen. Gelukkig vlakt de helling even af. Of toch niet? Weer zo’n hellenstrook gevolgd door weer een en weer door een ander. In de verte naderen de contouren van het gehucht San Pellegrino. De laaghangende wolken en de serene stilte maken het een hemelse plek langs deze highway. Buiten het gehucht nog een vervelend ‘wippertje’ van twaalf procent en het zicht is in zijn geheel verdwenen. De bewolking is hier zo dicht dat ik slechts tien meter vooruit kan kijken. Ik doe mijn best de weg te vervolgen in de juiste richting en plots ben ik op de top. Een bord en een gedenkteken aan de rechterkant en een dalende weg verderop indiceren de Passo di Pradaccio. Even dalen en een nieuwe pas - Passo Radici - en een bijna twintig kilometer durende afdaling naar de voet van de Pradaccio. Een aanrader ten opzichte van de omkeren op de Pradaccio. Veel te gevaarlijk door de steilte en zeker in deze natte herfstige omstandigheden met veel dode bladeren op de weg. En wie wil er nu afdalen in de hel?
Hoogte: 1628 meter
Afstand: 17,7 kilometer
Hoogteverschil: 1382 meter
Gemiddelde stijging: 7,7%
Maximale stijging: 17,7%
Moeilijkheidsgraad: ✮✮✮✮✮
Valico dello Spino
# Toerisme en geschiedenis
San Pellegrino in Alpe is een gehucht, gelegen tussen de gemeenten Castiglione di Garfagnana (provincie Lucca) en Frassinoro (provincie Modena) en tevens een van de hoogst gelegen dorpen in de Toscaanse Apennijnen. Het dorp is vernoemd naar het heiligdom San Pellegrino. Volgens de overlevering eindigde hier een lange pelgrimstocht van een Schotse prins die zijn vader niet wilde opvolgen. Later werd hier een grenspost gevestigd tussen de graafschappen Lucca en Modena. Vermoeide reizigers konden hier bijkomen van hun zware inspanningen in het ruige berglandschap.

Volgens een lokale legende zou de duivel hier hebben getracht San Pellegrino te verleiden. Na vele pogingen zou het hellebeest zijn geduld hebben verloren, om vervolgens San Pellegrino met een enorme klap los te laten, over de hele vallei vliegen, neerstortten in de Apuaanse Alpen en daarbij een spoor van vernietiging achter zich laten in de vorm van de Monte Forato.

Het dorpje ligt op de route van de in de 17de eeuw aangelegde Via Vandelli die de plaatsen Modena met Massa verbindt. Daarnaast ligt het dorp aan de Europese wandelroute E1, die vanaf de poolcirkel naar het zuiden loopt. Voor een groot deel is het dorp in bezit van de familie Lunardi, nazaten van de bekende luchtballonvaarder Vincenzo Lunardi. de familie bezit onder andere het hotel en het er tegenover gelegen café.

De Apuaanse Alpen is een bergketen in het noorden van de Italiaanse regio Toscane, in de provincies Massa-Carrara en Lucca. Het gebergte wordt begrensd door de rivier de Magra in het noordwesten, de rivier de Serchio in het zuidoosten en de Middellandse Zee in het westen.
De vorming van het gebergte staat los van die van de Apennijnen, de hoogste top van de keten is de Monte Pisanino (1945 m). De Apuaanse Alpen zijn vooral bekend om de marmerwinning. Deze heeft het uiterlijk van het berglandschap behoorlijk veranderd. Het gebied heeft sinds twintig jaar een beschermde status.
De grootste bezienswaardigheden in de Apuaanse Alpen zijn de druipsteengrotten Antro del Corchia en de marmermijnen in het centrale deel van de keten. Het dal van de rivier de Serchio, de Garfagnana is erg geliefd bij toeristen.
# Il passo San Pellegrino in Alpe in Giro d’Italia
De Passo di Pradaccio - zoals de beklimming officieel heet - is niet frequent in het parcours van de Giro d’Italia opgenomen. Meestal neemt men de oostelijk gelegen Abetone als finish of pas van doorkomst of de nabij gelegen Passo delle Radici. Op zich heel jammer, want spektakel zou deze Pradaccio zeker bieden. Na enig uitzoekwerk blijf ik in twijfel over het aantal doorkomsten. Enkele sites maken gewag van viermaal (1967-1971-1974-1976), terwijl Peter Leissl in zijn boek ‘de legendarische beklimmingen van de Giro d’Italia’ optekent dat er drie passages zijn geweest onder meer in het jaar 2000. Bill en Carol McGann bevestigen deze doorkomst in ‘the story of the Giro d’Italia volume 2’. Mogelijk is er sprake van enige verwarring doordat de Pradaccio na een korte afdaling uitkomt op de Radici. 

Een jaar na zijn uitsluiting van de Giro 1999 staat Marco Pantani er slecht voor. Zijn moraal is gebroken. De demonen in zijn wereld nemen de overhand. Nog eenmaal zal de wielerwereld van hem genieten. Een paar maanden later wint hij in de Tour de France na een kadootje van Lance Armstrong op de Mont Ventoux en excelleert hij in de Alpen en drukt de Amerikaan in de verdediging. Op deze 22ste van mei is van zijn tijdelijke wederopstanding nog geen sprake. Terwijl de favorieten voor de eindzege van de Giro van 2000 knokken voor dagzege en hun positie in het algemene klassement, worstelt Pantani zich met hangen en wurgen omhoog op de steile flanken van de San Pellegrino. Eenmaal voorbij het bedevaartsoort en over de top bedraagt de achterstand van de gevleugelde klimmer op de koplopers ruim vier minuten. Pantani rijdt deze Giro in de kantlijn mee. Zijn enige wapenfeit is een tweede plek tijdens de twee-na-laatste etappe met finish in het Franse Briancon. Hij eindigt deze Giro op een 28ste plek met een achterstand van een klein uur op de uiteindelijke winnaar Stefano Garzelli. Vier jaar later - op 14 februari 2004 - wordt De Piraat dood aangetroffen in een hotel in Rimini. In eerste instantie vermoedde men zelfdoding. In 2015 werd na onderzoek van de toxicoloog Franco Tagliaro officieel vastgesteld dat Pantani door een mix van cocaïne en antidepressiva is overleden.
Share by: