De regio Basilicata (of Lucania) is één van de armste en dunstbevolkte gebieden van Italië. De Basilicata ligt in de voetholte van de Italiaanse laars en grenst voor een klein gedeelte aan de Tyrreense Zee. De langste kuststrook ligt aan de Golf van Tarente, een baai van de Ionische Zee, dat een deel is van de Ionische Zee. De regio dankt haar naam vermoedelijk aan het Griekse woord basilikós, een titel waarmee de Byzantijnse vertegenwoordiger van de basileus, de keizer van Byzantium werd aangeduid.
Na een lange periode van Griekse overheersing namen de Romeinen het gebied over en bestuurden het geruime tijd. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. De beroemde veldslag om de stad Heraclea vond in 280 voor Christus plaats met Pyrrhus van Epirus als legerleider. Pyrrhus was de opvolger van Alexander de Grote die met de hulp van olifanten een veldslag leverde met het nog prille Romeinse Rijk. De uitdrukking 'een pyrrhus overwinning' - een overwinning die even nadelig is als een nederlaag - is hiervan afkomstig. In de eeuwen na de Romeinse overheersing kwam het gebied in handen van achtereenvolgens de Normandiërs, de Hohenstaufen, het Huis Anjou, het Huis Aragon, het Habsburgse keizerrijk, het Huis Bourbon en ten slotte het Huis van Savoye. Al deze regerende geslachten lieten hun sporen achter, getuige de vele ruïnes van kastelen en vestingwerken in het gebied. Met name de Normandiërs zorgden voor een periode van ongekende bloei. In de achttiende eeuw stichtte Napoleon voor korte tijd een monarchie in Italië en annexeerde daarbij de regio.
Basilicata is overwegend bergachtig en is een deel van de zuidelijke Apennijnen waarvan de Monte Pollino met 2197 meter het hoogste punt is. Op de grens met Basilicata ligt de uitgedoofde vulkaan Monte Vulture. De Lucanische Dolomieten - vernoemd naar de opvallende gelijkenis met de Dolomieten van Noord-Italië - is een bijzonder berggebied in Basilicata.
De hoofdstad van Basilicata is Potenza. Veruit de meest interessante stad is Matera met de Sassi - grotten in het lager gelegen deel van de stad. Vermoedelijk hielden gevluchte Byzantijnse monniken zich in deze grotten schuil. Later werden de grotten overgenomen door arme boeren. Vanaf de achttiende eeuw werden er complete woonhuizen en kerken uit deze grotten gehouwen. hakte men complete woonhuizen en kloosters uit deze grotten. Sinds 1993 staat Sassi op de Unesco werelderfgoedlijst.
De economie van deze zuidelijke regio steunt grotendeels op de agrarische sector. Het gebied wordt de graanschuur van Italië genoemd. Verder komt er veel citrusfruit vandaan. Ook de visserij en veeteelt is sterk vertegenwoordigd.