Friuli - Venezia Giulia

FRIULI - VENEZIA GIULIA
La Collista del Friuli-Venezia Giulia

15. Forcella di Lius (1072 m)
16. Monte Zoncolan (1730 m)
18. Piancavallo (1300 m)
19. Sella Carnizza (1085 m)
De geschiedenis van de autonome regio Friuli - Venezia Giulia is een complexe en vertoont enige overeenkomsten van Trentino - Alto Adige; delen van beide regio's behoorden tot het keizerrijk van Oostenrijk-Hongarije, er wordt deels Duits gesproken en hebben beide een andere taal (Ladinisch ten opzichte van het Friulisch).

Oorspronkelijk was deze regio de grens tussen de Romaanse en Slavische wereld. Friuli - Latijns voor Forum Julii (forum van Julius) is het westelijke deel en Venezia Giulia het oostelijke deel. De regio valt grofweg in drieën te delen. Het meest noordelijke deel is bergachtig. Hier liggen de Karnische Alpen. Het centrale deel van de regio is  heuvelachtig en het laaggelegen kustdeel grenst aan de Adriatische Zee. Triëst is de hoofdstad van de drie-na-kleinste Italiaanse regio. Het klimaat is over het algemeen goed tot mooi te noemen.  De natte periodes zijn tijdens de herfst en in het begin van de winter.

Het oorspronkelijk Friuli laat zich vergelijken met Friesland: een eigen taal - een aan het Ladinisch verwante taal - het Friulisch. Na de Romeinse en Longobardische overheersingen werd het gebied bestuurt vanuit het Venetiaans koninkrijk. In de 18de en 19de eeuw behoorde het Oostenrijk-Hongarije. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er in het gebied veel gevochten. In 1919 annexeerde Italië Friuli. Venezia-Giulia behoorde tot Slovenië en werd eveneens in 1919 door Italië ingelijfd. In 1947 werd een groot deel van Venezia-Giulia aan Joegoslavië (Slovenië) terug gegeven. Slecht een klein deel - met onder meer Triëst - werd aan Italië toegewezen. In 1954 werden beide regio's samengevoegd en heet sindsdien Friuli - Venezia Giulia en is één van de autonomie regio's van Italië.

De economie is één van de meest ontwikkelde van Italië en bestaat grotendeels uit landbouw en de technologie sector. Fruit, groente, kaas en (met name witte) wijn vormen de belangrijkste exportproducten. 
Wielrennen: het mysterie Ottavio Bottecchia
Eén van de grootste mysteries is de dood van de eerste Italiaanse Tour winnaar. Op 1 augustus 1894 ziet Bottecchia het levenslicht in het Friuliaanse dorp San Martino di Colle Umberto. Hij werkt als boerenknecht, bosarbeider en metselaar onder erbarmelijke omstandigheden. Zijn laatste beroep voordat hij als scherpschutter het Italiaanse leger dient levert hem de bijnaam 'de metselaar van Friuli' op. Tegen het einde van de oorlog wordt Bottecchia gevangen genomen, maar weet te ontsnappen. In de oorlog verplaatste zijn regiment zich voornamelijk per fiets. Het valt dan al op dat hij buitensporige wielertalenten bezit. Kort na de oorlog wordt hij ontdekt door de Fransman Henri Pelissier, die de Italiaanse klimmer een contract bezorgd. Tijdens zijn Tourdebuut pakt Bottecchia brutaal de gele trui om deze pas tegen het einde aan zijn ontdekker over te doen. De twee opvolgende jaren wint hij de Tour de France en draagt in totaal 34 dagen de gele trui.

In het fascistische Italië wordt er lauw gereageerd op de overwinningen van de frêle klimmer. De Tourwinnaar verklaart in diverse interviews dat de armen zich niet langer moeten laten uitbuiten door de rijken. De fascisten onder leiding van Mussolini verafschuwen zijn linkse idealen. In 1926 richt hij zijn nog immer bestaande fietsenmerk Bottecchia op.

Als op drie juni 1927 Bottecchia gaat trainen, vraagt hij enkele vrienden om hem te vergezellen. Hij rijdt immers na het overlijden tijdens een fietstocht van zijn broer twee jaar geleden niet meer graag alleen. Zijn vrienden geven niet thuis. Hebben zij een waarschuwing ontvangen?

Als Ottavia zonder verwondingen aan de kant van de weg ontdekt wordt, is hij al niet meer bij bewustzijn. Twaalf dagen zonder taal noch teken verblijft hij in het ziekenhuis waarna zijn dood wordt vastgesteld. Het onderzoek naar zijn dood wordt geleid door de fascistische Gino Caserotti, die spoedig de politie het bevel geeft het onderzoek te staken. Intussen doen de meest vreemde verhalen de ronde. Een naar Amerika geëmigreerde priester zal op zijn sterfbed opbiechten dat hij Bottecchia druiven van zijn erf zag stelen. Een onzin verhaal. Tot de pluk in september zijn de druiven nog oneetbaar. Een zonnesteek is eveneens onjuist. Bottecchia staat erom bekend altijd een zwarte pet te dragen. Dus toch de fascisten?

Bron: De bijbel van 100 jaar Tour de France - Jean Nelissen
Share by: