Piemonte

PIEMONTE
La Collista del Piemonte

44. Colle dell' Agnello (2748 m)
45. Colle della Maddalena (1991 m)
46. Colle delle Finestre (2176 m)
47. Il Mottarone (1479 m)
48. Monte Jafferau (1934 m)
49. Prato Nevoso (1734 m)
50. Santuario di Oropa (1200 m)
51. Sestrière (2035 m)
Piemonte - hetgeen letterlijk 'aan de voet van de bergen' betekent - is na Sicilië de grootste regio van Italië en daarmee de grootste van het vasteland. In de regio wonen ruim vier miljoen mensen. Het grootste deel woont in de hoofdstad Turijn, dat ook de poort naar de Alpen wordt genoemd. 

Tot 1944 behoorde de regio Valle d'Aosta ook bij Piemonte, maar is sinds 1944 autonoom. Landschappelijk valt Piemonte in drie stukken op te delen: de Povlakte, het heuvelgebied in het zuidoosten de Alpen, waar de het massief van de Monte Rosa toppen kent rond de 4600 meter.

De economie is één van de grootste van Italië met de Fiat fabrieken van Turijn als één van de grootste voorlopers en de levensmiddelen Ferrero (o.a. Nutella) en computergigant Olivetti als medekoplopers. Ook de landbouw speelt een belangrijke rol van betekenis. Op de Povlakte wordt veel rijst verbouwd. Samen met Toscane is de wijnproductie belangrijk en met name die van de Nebbiolo druif. Onder meer de Barolo wordt hiervan gemaakt.

De geschiedenis van Piëmont begint met de val van het Romeinse Rijk toen de Romeinen zich uit het gebied terugtrokken. Frankrijk en het huis van Habsburg hebben veel om het gebied gestreden. In 1718 werden Piëmont en Sardinië vereenigd in het Koninkrijk Sardinië. Een halve eeuw later werd Piëmont in maart 1796 veroverd door Napoleon Bonaparte. Sinds Victor Emanuel II tot koning van het verenigde Koninkrijk Italië werd gekroond is Piemonte Italiaans gebied. 

In 1969 vonden in Turijn bloedige arbeidersopstanden plaats en daaruit ontstond de terreurgroep de Rode Brigades. Tot in de jaren 80 werden door deze groep politieke aanslagen gepleegd. Sinds 1992 is er een nieuwe onafhankelijkheidsbeweging, de Lega Nord, met Piemonte als centrum. De Lega Nord streeft onder meer naar afscheiding van Noord-Italië van het arme Zuid-Italië.
Wielrennen: il grande campionissimo - Fausto Coppi
2 Januari 1960 zal voor Italië nimmer meer dezelfde zijn. Op deze datum overleed één van de grootste renners aller tijden - de campionisimmo, de kampioen der kampioenen - Fausto Coppi. Op zijn palmares prijken onder meer vijf overwinningen in de Giro d'Italia, twee Tour eindzeges en verder zeges in Milaan-San Remo, ronde van Lombardije, Parijs-Roubaix en de wereldtitel op de weg. 

Coppi werd op 15 september 1919 in het Piemontese dorp Castellania geboren als vierde kind van Domenico Coppi en Angiolina Boveri. Bij zijn geboorte weegt Coppi slechts twee kilo. Het gezin groeit op in armoede. De jonge Fausto is vel over been als hij op zijn achtste in het veld een oude verroeste fiets vindt. De liefde is geboren. Tot in de late uren fietst de jonge Fausto rond op zijn zelf opgeknapte barrel. Zijn lichaam is echter broos en breekbaar. Een arts vermoedt dat hij lijdt aan de Engelse ziekte. Het verklaart dat hij tijdens zijn carrière gemakkelijk en regelmatig wat breekt.

Tijdens zijn puberteit krijgt Coppi een baan als slagersknecht. Hij moet met een zware bakfiets allerlei vlees en pastawaren in de buurt rondbrengen. Heuvel op en heuvel af. Dwars door landerijen en smalle straten en  steile stegen. Hier legt hij de basis voor zijn grootse carrière. Eén van de klanten van de slager is de bijna blinde verzorger Biagio Cavanna. Toevallig de oud verzorger van een andere regionale campionissimo - Costante Girardengo. Doordat Coppi van zijn zwaar verdiende geld een eigen karretje heeft gekocht en regelmatig opvalt in wedstrijden met amateurs, zoekt de blinde Cavanna contact met Coppi. Deze kneedt en masseert hem en constateert een juweel in handen te hebben. Coppi traint zich helemaal suf en wordt in 1939 professional bij het team van Legnano. In 1940 is hij de sensatie van de Giro. In Milaan in het bijzijn van zijn vader schrijft hij de ronde van zijn land op zijn naam. Dan breekt de oorlog uit. in 1943 wordt Coppi in het leger opgenomen en keert in 1945 na de bevrijding in Castellania terug. Dan begint zijn grootse carrière. Geregeld neemt hij het op tegen de vrome, katholieke Toscaan Gino Bartali, hetgeen voor een tweedeling in Italië zorgt. De Coppianen tegenover de Bartalianen. Hij trouwt zijn liefde Bruna en samen krijgen zij een dochter, Marina.

Dan ontstaat er een kink in de katholieke Italiaanse kabel. Coppi wordt verliefd op de vrouw van een arts. Haar naam is Giulia Locatelli. Ontrouw is één van de grootste zonden in het naoorlogse katholieke Italië. Coppi wordt aan de schandpaal genageld. Helemaal als blijkt dat Giulia zwanger van Coppi blijkt te zijn. Giulia vlucht naar Argentinië, waar ze met handschoen trouwen én waar zoon Faustino wordt geboren. 

Sportief gaat het eveneens niet meer voorspoedig. Grote overwinningen worden steeds zeldzamer. Als Coppi eind 1959 wordt uitgenodigd om een criterium te rijden in het kort geleden zelfstandig geworden Opper-Volta, is Giulia daar faliekant op tegen. De witte dame - zoals zij wordt genoemd - vreest voor diens gezondheid. Bij terugkeer in Italië voelt Fausto zich niet lekker. Hij heeft koorts. Griep zo oordeelt zijn dokter. De kerstdagen brengt hij thuis door. Op de eerste januari wordt de doodzieke Coppi door een auto van het Rode Kruis met spoed naar het ziekenhuis vervoerd waar de artsen de volgende dag zijn dood constateren. Oorzaak: malaria. Een eenvoudig te behandelen ziekte. Zijn overlijden dompelt de ganse natie in een diepe rouw. Ruim 30.000 mensen zijn aanwezig bij zijn begrafenis zonder de in onmacht gevallen Giulia en zijn nimmer vergevende dochter Marina.
Milano - Torino: de oude dame
De grootste klassieker die de regio Piemonte rijk is. Een verbintenis tussen de twee grootste industriële steden van Italië. Van Lombardia naar Piemonte. Van Milaan naar Turijn. 's Werelds oudste klassieker. De eerste werd verreden in 1876. Tegenwoordig een voorbereidingskoers op de giro di Lombardia en met de giro dell'Emilia, Tre valle Varinese de Italiaanse wielerweek vormend. Op de wielerkalender is geen koers te vinden die verder teruggaat dan deze najaarsklassieker. Al in 1876 werd deze wedstrijd verreden en gewonnen door Paolo Magretti, een student die samen met zes anderen om vier uur ’s morgens vertrok en uiteindelijk als eerste aankwam op de Via Giulio Cesare in Turijn. Een uitgelopen menigte van tienduizend man haalde Magretti binnen. Voor een wedstrijd die al 141 jaar bestaat is de benaming klassieker wel op zijn plaats. De koers kende in het verleden vele onderbrekingen, waardoor de wedstrijd in 2017 pas toe is aan haar 97e editie. De laatste tussenpoos was tussen 2008 en 2012. De wedstrijd was voorheen de voorbereidingskoers op Milano - San Remo. Grote namen sieren deze prachtige klassieker die de laatste jaren op de Superga (geen collista) in Torino finisht: Girardengo (hij weer: met vijf zeges absoluut recordhouder), Contador, De Vlaeminck sieren onder meer de erelijst.
Share by: