Wielrennen: il grande campionissimo - Fausto Coppi
2 Januari 1960 zal voor Italië nimmer meer dezelfde zijn. Op deze datum overleed één van de grootste renners aller tijden - de campionisimmo, de kampioen der kampioenen - Fausto Coppi. Op zijn palmares prijken onder meer vijf overwinningen in de Giro d'Italia, twee Tour eindzeges en verder zeges in Milaan-San Remo, ronde van Lombardije, Parijs-Roubaix en de wereldtitel op de weg.
Coppi werd op 15 september 1919 in het Piemontese dorp Castellania geboren als vierde kind van Domenico Coppi en Angiolina Boveri. Bij zijn geboorte weegt Coppi slechts twee kilo. Het gezin groeit op in armoede. De jonge Fausto is vel over been als hij op zijn achtste in het veld een oude verroeste fiets vindt. De liefde is geboren. Tot in de late uren fietst de jonge Fausto rond op zijn zelf opgeknapte barrel. Zijn lichaam is echter broos en breekbaar. Een arts vermoedt dat hij lijdt aan de Engelse ziekte. Het verklaart dat hij tijdens zijn carrière gemakkelijk en regelmatig wat breekt.
Tijdens zijn puberteit krijgt Coppi een baan als slagersknecht. Hij moet met een zware bakfiets allerlei vlees en pastawaren in de buurt rondbrengen. Heuvel op en heuvel af. Dwars door landerijen en smalle straten en steile stegen. Hier legt hij de basis voor zijn grootse carrière. Eén van de klanten van de slager is de bijna blinde verzorger Biagio Cavanna. Toevallig de oud verzorger van een andere regionale campionissimo - Costante Girardengo. Doordat Coppi van zijn zwaar verdiende geld een eigen karretje heeft gekocht en regelmatig opvalt in wedstrijden met amateurs, zoekt de blinde Cavanna contact met Coppi. Deze kneedt en masseert hem en constateert een juweel in handen te hebben. Coppi traint zich helemaal suf en wordt in 1939 professional bij het team van Legnano. In 1940 is hij de sensatie van de Giro. In Milaan in het bijzijn van zijn vader schrijft hij de ronde van zijn land op zijn naam. Dan breekt de oorlog uit. in 1943 wordt Coppi in het leger opgenomen en keert in 1945 na de bevrijding in Castellania terug. Dan begint zijn grootse carrière. Geregeld neemt hij het op tegen de vrome, katholieke Toscaan Gino Bartali, hetgeen voor een tweedeling in Italië zorgt. De Coppianen tegenover de Bartalianen. Hij trouwt zijn liefde Bruna en samen krijgen zij een dochter, Marina.
Dan ontstaat er een kink in de katholieke Italiaanse kabel. Coppi wordt verliefd op de vrouw van een arts. Haar naam is Giulia Locatelli. Ontrouw is één van de grootste zonden in het naoorlogse katholieke Italië. Coppi wordt aan de schandpaal genageld. Helemaal als blijkt dat Giulia zwanger van Coppi blijkt te zijn. Giulia vlucht naar Argentinië, waar ze met handschoen trouwen én waar zoon Faustino wordt geboren.
Sportief gaat het eveneens niet meer voorspoedig. Grote overwinningen worden steeds zeldzamer. Als Coppi eind 1959 wordt uitgenodigd om een criterium te rijden in het kort geleden zelfstandig geworden Opper-Volta, is Giulia daar faliekant op tegen. De witte dame - zoals zij wordt genoemd - vreest voor diens gezondheid. Bij terugkeer in Italië voelt Fausto zich niet lekker. Hij heeft koorts. Griep zo oordeelt zijn dokter. De kerstdagen brengt hij thuis door. Op de eerste januari wordt de doodzieke Coppi door een auto van het Rode Kruis met spoed naar het ziekenhuis vervoerd waar de artsen de volgende dag zijn dood constateren. Oorzaak: malaria. Een eenvoudig te behandelen ziekte. Zijn overlijden dompelt de ganse natie in een diepe rouw. Ruim 30.000 mensen zijn aanwezig bij zijn begrafenis zonder de in onmacht gevallen Giulia en zijn nimmer vergevende dochter Marina.